ECLI:NL:RBOBR:2023:1463
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Handhaving tegen hondenfokkerij in strijd met agrarische bestemming
Eiseres exploiteert op een perceel een veehouderij waar naast varkens ook honden worden gehouden voor fokdoeleinden. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Best heeft handhavend opgetreden omdat het houden en fokken van honden in strijd is met het bestemmingsplan “Buitengebied Best 2002”.
Eiseres betoogde dat een hondenfokkerij als agrarisch bedrijf moet worden beschouwd omdat het fokken van honden producten voortbrengt en dat de planregels het houden van dieren niet beperken tot bepaalde soorten. Het college stelde echter dat het houden en fokken van honden niet valt onder de definitie van agrarisch bedrijf en dat bovendien grondgebondenheid vereist is, wat bij hondenfokkerij ontbreekt.
De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak waarin is geoordeeld dat hondenfokactiviteiten in strijd zijn met het bestemmingsplan. Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard, waardoor het college bevoegd is om handhavend op te treden en de last onder dwangsom blijft gehandhaafd.
Uit dierenwelzijnsoverwegingen wordt het primaire besluit geschorst tot zes weken na verzending van deze uitspraak, zodat eiseres de mogelijkheid krijgt een nieuwe verblijfplaats voor de honden te vinden zonder direct dwangsommen te riskeren.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het college mag handhavend optreden tegen de hondenfokkerij.