In deze civiele procedure stond een bevoegdheidsincident centraal waarbij gedaagde zich beroept op de toepasselijkheid van de UAV 2012 met een arbitragebeding, waardoor de rechtbank zich onbevoegd zou moeten verklaren. Eiser betwist de toepasselijkheid van de UAV 2012 en stelt dat partijen geen arbitrageovereenkomst hebben gesloten.
De rechtbank onderzocht de contractuele documenten, waaronder een werkomschrijving van september 2014 en een door beide partijen ondertekende aannemingsovereenkomst van april 2015. Hoewel in de werkomschrijving werd vermeld dat de UAV 2012 van toepassing zouden zijn, bevatte de ondertekende aannemingsovereenkomst geen expliciete verwijzing naar de UAV 2012 als contractuele voorwaarden.
De rechtbank concludeerde dat de vermelding in de werkomschrijving niet voldoende is om aan te nemen dat partijen de UAV 2012 als contractuele voorwaarden hebben aanvaard. Er was onvoldoende bewijs dat gedaagde instemde met de toepasselijkheid van de UAV 2012. Daarom wees de rechtbank het beroep op onbevoegdheid af en veroordeelde gedaagde in de proceskosten van het incident.
De zaak wordt op 19 april 2023 hervat voor beraad over een mogelijke mondelinge behandeling in de hoofdzaak.