ECLI:NL:RBOBR:2023:1635
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beslistermijn en dwangsom bij bezwaar tegen afwijzing forfaitair compensatiebedrag kinderopvangtoeslag
Eiseres maakte bezwaar tegen de afwijzing van haar recht op het forfaitair compensatiebedrag van minimaal € 30.000,- op grond van de Catshuisregeling. Verweerder heeft niet tijdig op dit bezwaar beslist, ondanks ingebrekestelling door eiseres.
De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn van artikel 7:10 Awb Pro is overschreden en dat de dwangsomregeling van toepassing is. Omdat verweerder nog geen dwangsombeschikking heeft afgegeven, bepaalt de rechtbank zelf de hoogte van de dwangsom op € 1.442,-.
De rechtbank hanteert een lijn waarbij een termijn van 12 weken vanaf het verweerschrift redelijk is, maar omdat deze termijn is verstreken zonder besluit, moet verweerder binnen twee weken alsnog beslissen. Voor elke dag overschrijding daarna geldt een dwangsom van € 100,- met een maximum van € 15.000,-.
De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van het reeds verbeurde dwangsombedrag, vergoeding van het griffierecht en proceskosten. De uitspraak benadrukt het belang van tijdige besluitvorming, zeker gezien de omvang van de kinderopvangtoeslagaffaire.
Uitkomst: Beroep gegrond verklaard wegens overschrijding beslistermijn, dwangsom vastgesteld en verweerder opgedragen binnen twee weken alsnog te beslissen.