ECLI:NL:RBOBR:2023:1646
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid ondanks chronische ziekte en vermoeidheidsklachten
Eiseres, werkzaam als logistiek medewerker, vroeg een WIA-uitkering aan na twee jaar ziekte vanwege onder meer een chronische darmziekte en vermoeidheidsklachten. Het UWV wees de aanvraag af omdat zij meer dan 65% van haar loon kon verdienen. Eiseres voerde aan dat er sprake moest zijn van een urenbeperking en beperkingen bij deadlines en productiepieken, mede door depressieve en angstklachten.
De rechtbank oordeelde dat het UWV zorgvuldig onderzoek had verricht, waaronder medische rapportages en een gedetailleerd dagverhaal. De verzekeringsartsen concludeerden dat de vermoeidheid niet volledig verklaard werd door de chronische ziekte en dat de beperkingen in de functionele mogelijkhedenlijst adequaat waren vastgesteld. De arbeidsdeskundige stelde dat de geselecteerde functies geschikt waren.
De rechtbank volgde de argumenten van het UWV en vond dat eiseres onvoldoende had aangetoond dat het besluit onjuist was. Ook werd geoordeeld dat de stressgevoeligheid en andere klachten niet leidden tot extra beperkingen. Het beroep werd ongegrond verklaard, waardoor eiseres geen WIA-uitkering ontvangt en geen proceskostenvergoeding krijgt.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar WIA-uitkering is ongegrond verklaard.