Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte 1] ,
De tenlastelegging.
De formele voorvragen.
Bewijs
Naar aanleiding van de hiervoor benoemde feiten en omstandigheden is de verdenking gerezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan oplichting van het [ziekenhuis] (
feit 1), gebruikmaking van een vals/vervalst geschrift en/of valsheid in geschrift (
feit 2), poging tot zware mishandeling met voorbedachte raad dan wel mishandeling (
feit 4 primair/subsidiair) en overtreding van artikel 96 van Pro de Wet op de Individuele Gezondheidszorg (hierna: Wet BIG) (
feit 5). Tijdens het politie-onderzoek kwam verder naar voren dat verdachte uit naam van het [ziekenhuis] een hartmonitor/defibrillator had besteld bij het bedrijf [bedrijf 2] Deze hartmonitor/defibrillator is tijdens de doorzoeking aangetroffen in de woning waar verdachte op dat moment verbleef. Aan verdachte is tevens oplichting van [bedrijf 2] tenlastegelegd (
feit 3).
Nadere overwegingen ten aanzien van het bewijs.
hierna kortgezegd: de handelingen) wettig en overtuigend bewezenverklaard kunnen worden. De rechtbank stelt daarbij allereerst vast dat de tenlastelegging bij de feiten 4 en 5 voor wat de beschreven handelingen betreft gelijkluidend zijn en stelt bij de beoordeling van het bewijs verder het volgende voorop.
benadeling van de gezondheidenerzijds en de aanmerkelijke kans op
zwaar lichamelijk letseldie bij de vrijspraak van feit 4 primair door de rechtbank niet is aangenomen anderzijds. Onder 5 gaat het immers om (een aanmerkelijke kans op) enige benadeling van de gezondheid, terwijl het onder 4 primair ging om (een aanmerkelijke kans op) gezondheidsschade die de ook in juridisch opzicht de veel hogere drempel van zwaar lichamelijk letsel moet halen.
benadeling van de gezondheidenerzijds en de onder 5 bewezenverklaarde
aanmerkelijke kans op benadeling van de gezondheid. Hieraan ligt ten grondslag dat naar het oordeel van de rechtbank niet kan worden vastgesteld dat er daadwerkelijk benadeling van de gezondheid heeft plaats gevonden, maar de aanmerkelijke kans daarop kan wel wettig en overtuigend worden bewezen.
De bewezenverklaring.
waardoor voornoemd bedrijf werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;
De strafbaarheid van het feit.
De strafbaarheid van verdachte.
Oplegging van straf en/of maatregel.
- een gevangenisstraf voor de duur van 2 jaren met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht;
- de oplegging van de maatregel van terbeschikkingstelling (TBS-maatregel) met voorwaarden, waarbij als voorwaarden dienen te worden opgelegd de voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering;
- een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel als bedoeld in artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht voor de duur van 5 jaren;
- een beroepsverbod, als bedoeld in artikel 28 eerste Pro lid jo artikel 31 van Pro het Wetboek van Strafrecht, voor de duur van 5 jaren;
- de openbaarmaking van het vonnis als bedoeld in artikel 36 van Pro het Wetboek van Strafrecht.
.Verder is in bedoeld rapport het volgende te lezen:
De vordering van de benadeelde partij Stichting [ziekenhuis] .
Beslag.
Toepasselijke wetsartikelen.
DE UITSPRAAK
- dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd laat behandelen door Reinier van Arkel groep of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling duurt zolang de reclassering dat nodig vindt. Veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorgverlener dat nodig vindt.
- dat veroordeelde zal verblijven bij Reinier van Arkel groep of een andere instelling voor beschermd wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Het verblijf duurt zolang de reclassering dat nodig vindt. Veroordeelde houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem heeft opgesteld.
- dat veroordeelde zal meewerken aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. Veroordeelde geeft de reclassering inzicht in zijn financiën en schulden.
- veroordeelde is verplicht zich in te spannen voor het vinden en behouden van (on)betaalde dagbesteding, met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag. Veroordeelde dient vooraf te overleggen met en toestemming te krijgen van de reclassering bij wijziging van dagbesteding.
- dat veroordeelde geen werkzaamheden van medische aard zal verrichten, noch zal werken als zorgverlener, voor zorg- of medische instellingen dan wel verenigingen en dat veroordeelde niet zal werken met medische apparatuur, zolang het Openbaar Ministerie dit verbod nodig vindt. Andere functies zijn ter beoordeling van de reclassering, en derhalve dient veroordeelde de reclassering op de hoogte te stellen van (potentiële) nieuwe functies en neventaken.