Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.[gedaagde sub 1] ,
[gedaagde sub 2] ,
[gedaagde sub 3] ,
[gedaagde sub 4],
[gedaagde sub 5],
[gedaagde sub 6],
1.Inleiding en samenvatting
2.De procedure
- het tussenvonnis van 14 juli 2021;
- de akte van [eiseres] , waarbij de producties 13 tot en met 24 zijn overgelegd;
- de akte van [gedaagde sub 1] , waarbij de producties 13 en 14 zijn overgelegd;
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 19 april 2022.
3.De feiten
Opeisbaarheid
4.Het geschil
5.De beoordeling
Vooraf: beneficiaire aanvaarding
notarissen ook daadwerkelijk die hoedanigheid bezitten. Waar uit de eigen registratie van KNB volgt dat [gedaagde sub 1] notaris is, moet [eiseres] dat dus tegen zich laten gelden. Daar komt bij dat [eiseres] ook niet bij de kamer van het notariaat en de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van het gerechtshof Amsterdam had kunnen procederen tegen [gedaagde sub 1] als zij geen notaris zou zijn geweest. Overigens doet de vraag of [gedaagde sub 1] wel of geen notaris is niet eens ter zake: op grond van het testament kan er worden toegekomen aan de benoeming van de oudste kandidaat-notaris op het kantoor van mr. Van Kampen tot executeur. Die oudste kandidaat-notaris mag vervolgens een ander in zijn plaats stellen. Daarbij is niet de eis gesteld dat ook die plaatsvervanger de hoedanigheid van (kandidaat-)
notaris moet bezitten of op het kantoor van mr. Van Kampen moet werken.
- aan de zijde van [gedaagde sub 1] tot op heden begroot op € 8.532,50
- aan de zijde van [gedaagde sub 5] en [gedaagde sub 6] tot op heden begroot op € 8.532,50.
“Deze gelden zijn dus door de gevolmachtigde niet onrechtmatig aan het vermogen van erflaatster onttrokken, maar besteed aan haar verzorging”.
6.De beslissing
- aan de zijde van [gedaagde sub 1] tot op heden begroot op € 8.532,50;
- aan de zijde van [gedaagde sub 5] en [gedaagde sub 6] tot op heden begroot op € 8.532,50;
- aan de zijde van de zussen tot op heden begroot op € 8.532,50, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de vijftiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag der algehele voldoening;
- aan de zijde van [gedaagde sub 1] begroot op € 173,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat zij niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 90,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak;
- aan de zijde van [gedaagde sub 6] en [gedaagde sub 5] begroot op € 173,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat zij niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 90,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak;
- aan de zijde van de zussen begroot op € 173,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat zij niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 90,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, te vermeerderen met de wettelijke rente over de nakosten met ingang van de vijftiende dag na de betekening van dit vonnis tot aan de voldoening;