ECLI:NL:RBOBR:2023:1812

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
13 april 2023
Publicatiedatum
14 april 2023
Zaaknummer
C/01/388529 / FA RK 22-5680
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:250 BWArt. 377g BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Benoeming bijzondere curator bij geschil woonplaats en omgang minderjarige kinderen

De rechtbank Oost-Brabant behandelde een verzoek van twee minderjarige kinderen die wilden wonen bij moeder 1 en zelf wilden bepalen wanneer zij contact hadden met moeder 2. De kinderen gaven aan dat er thuis bij moeder 2 sprake was van ruzies, boosheid en zelfs mishandeling, wat hun welzijn en schoolprestaties negatief beïnvloedde. Na gesprekken met de kinderen, ouders en betrokkenen werd duidelijk dat er een belangenconflict was over de woonplaats en omgang.

De rechter besloot een bijzondere curator te benoemen, een onafhankelijke jurist en psychotherapeut, die de situatie grondig zal onderzoeken en verslag zal uitbrengen. De curator moet gesprekken voeren met de kinderen, ouders, partners en hulpverleners om een advies te geven over de woonplaats, de kern van de problemen en de omgangsregeling. De ouders stemden in met deze benoeming.

De procedure wordt pro forma aangehouden tot het advies en de reacties daarop zijn ontvangen. De rechter benadrukte het belang van het snel hervatten van de psychologische hulp voor een van de kinderen en het maken van afspraken over het contact met moeder 2. De beschikking werd op 13 april 2023 uitgesproken en biedt mogelijkheid tot hoger beroep binnen drie maanden.

Uitkomst: De rechtbank benoemt een bijzondere curator om de belangen van de minderjarige kinderen te behartigen en de zaak pro forma aan te houden tot advies en reacties zijn ontvangen.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK OOST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer : C/01/388529 / FA RK 22-5680
Uitspraak : 13 april 2023
Beschikking op het verzoek van

[minderjarige A] ,geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,

wonende in [woonplaats] ,
verder te noemen: [minderjarige A] ,
en

[minderjarige B] ,

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,
wonende in [woonplaats] ,
verder te noemen: [minderjarige B] .
De rechtbank merkt als belanghebbenden aan:

[moeder 1] ,

wonende in [woonplaats] ,
verder te noemen: [moeder 1] ,
en

[moeder 2] ,

wonende te [woonplaats] ,
verder te noemen: [moeder 2] ,
advocaat: mr. R.W.A. Offermanns uit Almere.
De procedure
[minderjarige A] en [minderjarige B] hebben samen een brief geschreven aan de rechter. Die brief is bij de rechtbank op 19 december 2022 binnengekomen.
De rechter heeft op 23 februari 2023 met [minderjarige A] en [minderjarige B] over hun brief gesproken.
De rechter heeft daarna de ouders van [minderjarige A] en [minderjarige B] uitgenodigd voor een gesprek.
Op 23 februari 2023 heeft de rechter een e-mail gekregen van [moeder 1] .
Op 2 maart 2023 heeft de rechtbank gereageerd op de e-mail van [moeder 1] .
Op 2 maart 2023 heeft de rechtbank nog een e-mail gekregen van [moeder 1] .
Op 17 maart 2023 heeft de rechter een brief gekregen van [moeder 1] .
Op 28 maart 2023 heeft de rechter een brief met bijlagen gekregen van de advocaat van [moeder 2] .
Op 30 maart heeft de rechter met [moeder 1] en [moeder 2] gesproken over de brief. [moeder 2] heeft een advocaat meegenomen naar het gesprek. Bij het gesprek was ook iemand van de raad voor de kinderbescherming aanwezig (mevrouw [naam] ).
De feiten
De ouders van [minderjarige A] en [minderjarige B] zijn getrouwd geweest. De ouders zijn in [jaar] gescheiden.
[minderjarige A] en [minderjarige B] woonden na de scheiding de helft van de tijd bij [moeder 1] en de helft van de tijd bij [moeder 2] . In 2017 zijn [minderjarige A] en [minderjarige B] met [moeder 2] naar Brabant verhuisd, eerst naar [plaats] en later naar [woonplaats] . [minderjarige A] en [minderjarige B] zijn sindsdien één keer in de twee weken een weekend bij [moeder 1] en de rest van de tijd bij [moeder 2] .
Bij [moeder 2] woont ook partner [A] . Bij [moeder 1] woont ook partner [B] .
De ouders van [minderjarige A] en [minderjarige B] hebben samen het gezag over hen. Dat betekent dat zij samen beslissingen over hen moeten nemen.
Het verzoek van [minderjarige A] en [minderjarige B]
[minderjarige A] en [minderjarige B] willen dat de rechter bepaalt dat zij bij [moeder 1] mogen wonen en dat zij zelf mogen bepalen wanneer zij weer contact hebben met [moeder 2] . Dat willen ze nu nog even niet. Ze willen eerst rust.
De beoordeling van het verzoek van [minderjarige A] en [minderjarige B]
Wat hebben [minderjarige A] en [minderjarige B] verteld?
[minderjarige A] en [minderjarige B] hebben in het gesprek met de rechter verteld dat [moeder 2] en partner [A] veel ruzie met elkaar maken en dat zij ook vaak boos zijn op [minderjarige A] en [minderjarige B] . [minderjarige A] vertelt dat ze wordt uitgescholden en dat [moeder 2] steeds tegen haar zegt dat ze ongelukkig en depressief is en dat ze niet weet wat ze met [minderjarige B] aan moet. Dit vindt [minderjarige A] moeilijk om te horen en daar wordt ze verdrietig van. [minderjarige B] vertelt dat hij meerdere keren is geslagen, dat [A] vaak dreigt met slaan en dat hij daarom probeert zo min mogelijk thuis te zijn. [minderjarige B] vertelt dat hij zich door de hele situatie niet kan concentreren op school. [minderjarige A] en [minderjarige B] zeggen dat ze al vaker aan [moeder 2] hebben gevraagd of ze bij [moeder 1] mogen wonen, maar dan wordt [moeder 2] boos. [minderjarige A] en [minderjarige B] zijn bang voor de reactie van [moeder 2] als ze te horen krijgt dat [minderjarige A] en [minderjarige B] een brief hebben geschreven naar de kinderrechter.
Wat is er verder besproken?
[minderjarige A] en [minderjarige B] zijn na het gesprek met de rechter op 23 februari 2023 niet meer teruggegaan naar [moeder 2] . Zij zijn sinds de carnavalsvakantie bij [moeder 1] in [woonplaats moeder 1] . [moeder 2] was heel erg verbaasd toen de kinderen niet meer terugkwamen na de carnavalsvakantie. Ze heeft de kinderen kaartjes en berichtjes gestuurd dat ze niet boos op hen is. Ze wist niet dat de kinderen graag bij [moeder 1] wilden wonen en had daar graag met [moeder 1] over willen praten. [moeder 1] wil dat ook graag, maar [A] maakt dat soms moeilijk. De rechter is blij om te horen dat de ouders afspraken willen maken met elkaar. Tijdens het gesprek met de rechter zijn daarom meteen afspraken gemaakt zodat [minderjarige A] en [minderjarige B] [moeder 2] zo snel mogelijk weer zien. De ouders hebben het volgende met elkaar afgesproken:
  • zaterdag 1 april stuurt [moeder 2] een videoboodschap voor [minderjarige A] en [minderjarige B] ;
  • zondag 2 april om 14:00 uur belt [moeder 2] met [minderjarige A] en [minderjarige B] . [moeder 1] , [A] en [B] zijn daar niet bij;
  • dinsdag 4 april om 14:00 uur belt [moeder 2] met [minderjarige A] en [minderjarige B] . [moeder 1] , [A] en [B] zijn daar niet bij;
  • donderdag 6 april om 14:00 uur belt [moeder 2] met [minderjarige A] en [minderjarige B] . [moeder 1] , [A] en [B] zijn daar niet bij;
  • zaterdag 8 april komt [moeder 2] ’s middags naar [woonplaats moeder 1] om iets leuks te doen met [minderjarige A] en [minderjarige B] , zoals naar een koffietentje of een ijsje eten;
  • daarna zullen ouders proberen om af te spreken dat [moeder 2] en [minderjarige A] en [minderjarige B] elkaar elke week zien, totdat de rechter iets heeft beslist;
  • [moeder 1] maakt zo snel mogelijk nieuwe afspraken bij de psycholoog voor [minderjarige A] en brengt haar naar die afspraken. [minderjarige B] zal dan meerijden, zodat de kinderen op die dag tijd kunnen doorbrengen met [moeder 2] .
Het is fijn dat de ouders samen afspraken hebben gemaakt over het contact tussen de kinderen en [moeder 2] . De rechter moet nog wel beslissen waar [minderjarige A] en [minderjarige B] gaan wonen. Dat is een moeilijke beslissing. Er spelen namelijk verschillende dingen mee.
Ten eerste gaat het niet zo goed met [minderjarige A] en [minderjarige B] . [minderjarige B] zit in zijn eindexamenjaar, maar gaat sinds de carnavalsvakantie niet meer naar school. [minderjarige A] heeft niet zo lang geleden vervelende ervaringen opgedaan. [minderjarige A] heeft op het internet volwassen mannen leren kennen en is met een man meegegaan in de auto. Dat is niet fijn afgelopen voor [minderjarige A] . [minderjarige A] is zichzelf daarna gaan krassen in haar armen. [minderjarige A] heeft hierover gesprekken met een psycholoog. Dat vindt ze fijn. Omdat dit allemaal is gebeurd, mag [minderjarige A] geen telefoon of computer meer hebben. [minderjarige A] kan daarom geen online onderwijs volgen vanuit [woonplaats moeder 1] . Sinds de carnavalsvakantie heeft zij ook geen gesprekken meer gehad met haar psycholoog. Er is veel hulp voor [minderjarige A] in [woonplaats] en die hulp is nu weg. De rechter vindt het belangrijk dat [minderjarige A] zo snel mogelijk weer de hulp krijgt die zij nodig heeft.
Ten tweede zit er een groot verschil tussen wat [minderjarige A] en [minderjarige B] vertellen over hoe het bij [moeder 2] thuis gaat en hoe [moeder 2] dat vertelt. De rechter zou graag willen weten waar de wens van [minderjarige A] en [minderjarige B] om te verhuizen precies vandaan komt, waarom zij zo graag bij [moeder 1] willen wonen en of er misschien ook andere oplossingen zijn voor hun problemen. Misschien kan er hulp worden ingezet bij [moeder 2] thuis of kan er een andere verdeling van de omgang worden gemaakt. De raad voor de kinderbescherming vindt het belangrijk dat er naar het hele systeem gekeken wordt. Daarmee bedoelt de raad dat er moet worden gekeken naar [minderjarige B] en [minderjarige A] , maar ook naar beide ouders en naar [A] en [B] . Zij spelen namelijk allemaal een belangrijke rol in het leven van [minderjarige B] en [minderjarige A] .
Om een goed antwoord te kunnen geven op deze vragen, wil de rechter graag het advies van iemand die helemaal in het belang van de kinderen denkt en daar uitgebreid met [minderjarige A] en [minderjarige B] over gaat praten. Dat noemen we een bijzondere curator.
De rechter benoemt een bijzondere curator
In de wet staat dat de rechter een bijzondere curator kan benoemen over een kind wanneer de belangen van het kind in strijd zijn met de belangen van zijn ouders en zij daar samen niet uit komen (artikel 1:250 van Pro het Burgerlijk Wetboek).
In deze zaak is sprake van zo’n belangenstrijd, die voornamelijk gaat over de vraag waar [minderjarige A] en [minderjarige B] moeten wonen, maar eigenlijk ook over de vraag hoe het contact tussen [minderjarige A] en [minderjarige B] met allebei hun ouders eruit moet zien. De ouders hebben aangegeven dat zij kunnen instemmen met het benoemen van een bijzondere curator.
[naam bijzondere curator] , jurist en psychotherapeut, kantoorhoudende te [plaats] , is bereid gevonden om in deze procedure als bijzondere curator op te treden en zal hiertoe door de rechtbank worden benoemd.
De bijzondere curator dient te onderzoeken:
- wat is het grootste verlangen van [minderjarige A] en [minderjarige B] met betrekking tot hun woonplaats en waar komt dat uit voort?
- wat is de kern van de problemen die [minderjarige A] en [minderjarige B] op dit moment hebben?
- kunnen die problemen worden opgelost door te verhuizen naar [woonplaats moeder 1] ?
- kunnen die problemen ook worden opgelost in [woonplaats] , bijvoorbeeld als het thuis zou veranderen? Zo ja, wat is daarvoor nodig?
- welke contactregeling met [moeder 2] is in het belang van [minderjarige A] en [minderjarige B] als zij zouden verhuizen naar [woonplaats moeder 1] ?
- welke contactregeling met [moeder 1] is in het belang van [minderjarige A] en [minderjarige B] als zij in [woonplaats] zouden blijven wonen?
De rechtbank vraagt de bijzondere curator om hierover een verslag te schrijven en deze binnen acht weken op te sturen naar de rechtbank. Het zou het beste zijn als het de ouders van [minderjarige A] en [minderjarige B] lukt om hier samen, met hulp van de bijzondere curator, afspraken over te maken. Als dat niet lukt en als dat nodig is kan de bijzondere curator als vertegenwoordiger van [minderjarige A] en [minderjarige B] een (ander of aanvullend) verzoek indienen.
De bijzondere curator wordt benoemd over twee kinderen. Het is echter zeer waarschijnlijk dat ten aanzien van ieder kind verschillende rechtsbelangen spelen, waarmee de bijzondere curator rekening moet houden.
De bijzondere curator moet ten minste gesprekken voeren met [minderjarige A] en [minderjarige B] , de ouders en de partners van de ouders. De rechtbank adviseert de bijzondere curator om ook te praten met de hulpverleners van [minderjarige A] , als [minderjarige A] dat goed vindt. De bijzondere curator mag ook gesprekken voeren met anderen die informatie over [minderjarige A] en [minderjarige B] kunnen geven.
Om dit goed te kunnen doen, is het belangrijk dat de ouders zo snel mogelijk contact opnemen met de bijzondere curator om een afspraak te maken.
Nadat de bijzondere curator een advies heeft gegeven, mogen [minderjarige A] en [minderjarige B] en (de advocaten van) de ouders hierop reageren. Als de rechter alle reacties heeft ontvangen, zal zij gaan nadenken over de vraag of er nog een gesprek moet komen. Als iemand graag een gesprek wil met de rechter, moet diegene dat aangeven in zijn reactie naar de rechtbank. Daarna zal de rechter een beslissing nemen. Dit betekent dat de rechter nu nog even geen beslissing neemt op het verzoek van [minderjarige A] en [minderjarige B] . Dat heet met een moeilijk woord “pro forma aanhouden”.
De beslissing
De rechtbank:
benoemt over [minderjarige A] en [minderjarige B] tot bijzondere curator:
[naam bijzondere curator] , te [plaats] ,
verzoekt de bijzondere curator om
uiterlijk 8 juni 2023haar verslag naar de rechtbank te sturen;
vraagt de ouders, [minderjarige B] en [minderjarige A] om
uiterlijk 15 juni 2023schriftelijk op het advies te reageren (als zij dat willen);
houdt de zaak PRO FORMA aan tot
22 juni 2023in afwachting van het verslag en de reacties.
Deze beschikking is gegeven door mr. G. Aarts, rechter, tevens kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier op 13 april 2023.
Conc: SvH
Tegen deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof ’s-Hertogenbosch:
a. namens de minderjarige door zijn wettelijk vertegenwoordiger of de bijzondere curator, door tussenkomst van een advocaat: binnen 3 maanden na de dag van de uitspraak;
b. door de minderjarige zelf als zijn verzoek ziet op de benoeming van een bijzondere curator: binnen 3 maanden na de dag van de uitspraak;
c. door de anderen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden door tussenkomt van een advocaat: binnen 3 maanden na de dag van de uitspraak;
d. door andere belanghebbenden door tussenkomst van een advocaat: binnen 3 maanden na de betekening van de beschikking of nadat de beschikking hun op een andere manier bekend is geworden.