ECLI:NL:RBOBR:2023:1852
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor brandstichting met levensgevaar in flatwoning
Op 25 september 2021 ontstond brand in de flatwoning van verdachte te Eindhoven, waarbij de brandhaard in de badkamer werd aangetroffen. De rechtbank acht bewezen dat verdachte opzettelijk brand heeft gesticht met een molotovcocktail, waardoor levensgevaar voor medebewoners ontstond. Verdachte ontkende, maar het alternatieve scenario werd verworpen vanwege overtuigend bewijs, waaronder DNA-sporen en demontage van het slot van binnenuit.
De rechtbank nam mee dat verdachte geen openheid gaf over zijn motieven en dat hij onder begeleiding van GGzE staat vanwege mentale kwetsbaarheden. De ernst van het feit ligt in het gevaar voor personen in het appartementencomplex. De rechtbank legde een maximale taakstraf van 240 uren subsidiair 120 dagen hechtenis op, met aftrek van voorarrest, en een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee jaar met een proeftijd van twee jaar.
De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan vertegenwoordiging en onvoldoende bewijs van de schade. De rechtbank bepaalde dat partijen ieder hun eigen proceskosten dragen. Het vonnis is gewezen door drie rechters en uitgesproken op 19 april 2023.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot maximale taakstraf en voorwaardelijke gevangenisstraf wegens brandstichting met levensgevaar.