Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte] ,
De tenlastelegging.
.
1. (communicatie met [betrokkene] )
[betrokkene] (voor het regelen en/of gebruiken en/of huren en/of voorhanden hebben van die(/een) opslaglocatie(s)) en/of
2. (communicatie met ‘ [gebruikersnaam] ’)
De formele voorvragen.
De bewijsvraag.
De bewezenverklaring.
.
1. (communicatie met [betrokkene] )
2. (communicatie met ‘ [gebruikersnaam] ’)
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
De strafbaarheid van het feit.
De strafbaarheid van verdachte.
Oplegging van straf en/of maatregel.
Voorlopige hechtenis.
Beslag.
Toepasselijke wetsartikelen.
DE UITSPRAAK
feit 1is ten laste gelegd en
spreekt verdachte daarvan vrij;
medeplegen van, om een feit, bedoeld in het vierde en vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, een ander trachten te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen, uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn, om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen en/of zich en/of een ander gelegenheid, middelen of inlichtingen tot het plegen van dat feit trachten te verschaffen en voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen en/of gelden of andere betaalmiddelen voorhanden hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit, meermalen gepleegd;
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met gijzeling en/of met zware mishandeling, meermalen gepleegd
in eendaadse samenloop gepleegd met
een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek Pro van Strafrecht;
een geldboete van € 15.000,00 subsidiair 110 dagen hechtenis;