Op 2 april 2022 heeft verdachte in Eindhoven een slachtoffer met kracht in het gezicht geslagen, waarna het slachtoffer weerloos op de grond viel. Vervolgens heeft verdachte met geschoeide voet hard tegen het hoofd van het slachtoffer geschopt. De rechtbank kwalificeert dit handelen als poging tot doodslag, omdat verdachte bewust de aanmerkelijke kans aanvaardde dat het slachtoffer hierdoor zou overlijden.
De rechtbank baseert zich op diverse bewijsmiddelen, waaronder verklaringen van verdachte en slachtoffer, medische informatie, camerabeelden en politieprocessen-verbaal. Verdachte heeft erkend dat hij het slachtoffer heeft geschopt, maar ontkent de intentie te hebben gehad het slachtoffer te doden. De rechtbank oordeelt echter dat het bewust aanvaarden van de aanmerkelijke kans op overlijden voldoende is voor poging tot doodslag.
De rechtbank houdt rekening met de ernst van het feit, het letsel van het slachtoffer en de maatschappelijke impact van zinloos geweld. Tegelijkertijd weegt zij mee dat verdachte berouw toont, de ernst van zijn daad inziet en geen eerdere justitiële antecedenten heeft. De reclassering beoordeelt het recidiverisico als laag.
De rechtbank legt verdachte een voorwaardelijke gevangenisstraf van twaalf maanden op met een proeftijd van twee jaar en een taakstraf van 240 uur. De voorlopige hechtenis van verdachte wordt opgeheven met aftrek van voorarrest. De straf wordt als passend en geboden beschouwd gezien de omstandigheden van het geval.