Eiseres, werkgever van een terminale werknemer, beëindigde het dienstverband binnen de ziekteperiode van twee jaar nadat de werknemer een vervroegde IVA-uitkering ontving. Hierdoor werd de wettelijke compensatie voor de betaalde transitievergoeding door het UWV geweigerd. Eiseres stelde dat zij onjuist was geïnformeerd door het UWV en dat de werknemer financieel eerder zekerheid kreeg, wat in zijn situatie een groot voordeel was.
De rechtbank oordeelde dat de strikte toepassing van het opzegverbod en compensatieregels in deze uitzonderlijke situatie niet passend was. De wetgever had niet voorzien in een situatie met vervroegde IVA-uitkering en terminale ziekte, waardoor toetsing aan het evenredigheidsbeginsel mogelijk was. De rechtbank vond dat eiseres niet bevoordeeld of benadeeld was en dat het UWV geen maatwerk hoefde toe te passen.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en kende compensatie toe voor de betaalde transitievergoeding van € 32.431. Tevens werd het griffierecht aan eiseres vergoed. Hiermee werd de menselijke maat toegepast in een bijzondere situatie die niet door de wetgever was voorzien.