Art. 3d FwArt. 370 lid 3 FwArt. 371 FwArt. 376 lid 5 FwArt. 379 lid 1 Fw
AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Verzoek tot verlenging afkoelingsperiode in WHOA-procedure afgehandeld door Rechtbank Oost-Brabant
Verzoeksters, twee besloten vennootschappen, hebben op 25 november 2022 verklaringen ingediend en een afkoelingsperiode van vier maanden aangevraagd in het kader van de WHOA-procedure. De rechtbank heeft op 16 december 2022 een afkoelingsperiode van vier maanden afgekondigd en een herstructureringsdeskundige benoemd.
Op 21 april 2023 dienden verzoeksters een verzoek in tot verlenging van deze afkoelingsperiode met nogmaals vier maanden. De rechtbank stelde vast dat dit verzoek tijdig was ingediend en achtte het noodzakelijk om belanghebbenden, te weten twee andere besloten vennootschappen die faillissementsverzoeken hadden ingediend, en de herstructureringsdeskundige in de gelegenheid te stellen hun zienswijze kenbaar te maken.
Vanwege organisatorische redenen kon de rechtbank niet voorafgaand aan het verstrijken van de afkoelingsperiode op het verzoek beslissen. Daarom werd een voorziening getroffen op grond van artikel 379 lid 1 FwPro, waarbij de afkoelingsperiode werd verlengd totdat op het verzoek is beslist. Tevens werd een digitale zitting gepland voor 26 mei 2023, waarbij verzoeksters en de herstructureringsdeskundige worden gehoord, en belanghebbenden de mogelijkheid krijgen om deel te nemen.
Uitkomst: De rechtbank verlengt de afkoelingsperiode totdat op het verzoek tot verlenging is beslist en stelt procedures vast voor behandeling en hoorzitting.
Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
Team toezicht – Insolventies – meervoudige kamer
Verzoek verlenging afkoelingsperiode
rekestnummers:
C/01/392429 FT RK 23/223
C/01/392430 FT RK 23/224
uitspraakdatum: 25 april 2023
beschikking op het ingekomen verzoekschrift ex artikel 376, lid 5 Faillissementswet van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[A B.V.] ,
statutair gevestigd en kantoorhoudende te [plaats] , [adres] ,
ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer [nummer] ,
hierna te noemen: [A] ,
en
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[B B.V.] ,
statutair gevestigd en kantoorhoudende te [plaats] , [adres] ,
ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer [nummer] ,
hierna te noemen: [B]
hierna gezamenlijk te noemen: verzoeksters.
1.1. De procedure
1.1
Verzoeksters hebben elk op 25 november 2022 een verklaring ex artikel 370 lid 3 FaillissementswetPro (Fw) ter griffie gedeponeerd.
1.2
Bij brief van 25 november 2022, diezelfde datum ter griffie ontvangen, hebben verzoeksters de rechtbank verzocht voor elk ex artikel 371 FwPro een herstructureringsdeskundige te benoemen en bij toewijzing van dit verzoek voor elk ex artikel 3d (juncto artikel 376) Fw een afkoelingsperiode te gelasten voor een periode van vier maanden.
1.3
Bij beschikking van deze rechtbank van 16 december 2022 is – kort weergegeven – een afkoelingsperiode van vier maanden, ingaande 23 december 2022, afgekondigd en is mr. I.C.J.C van der Klunert, advocaat te Eindhoven, aangewezen tot herstructureringsdeskundige in de besloten akkoordprocedure van verzoeksters.
1.4
Op 21 april 2023 is ter griffie van deze rechtbank een verzoekschrift ontvangen strekkende tot het voor elk van de verzoeksters afkondigen van een verlenging van de afkoelingsperiode met vier maanden vanaf 23 april 2023.
2.De beoordeling
2.1
De rechtbank stelt vast dat onderhavig verzoek is ingediend vóór het verstrijken van de termijn van de bij beschikking van 16 december 2022 afgekondigde afkoelingsperiode, zodat verzoeksters ontvankelijk zijn in hun verzoek.
2.2
De rechtbank acht het voor de te maken belangenafweging noodzakelijk dat de besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid [C B.V.] en [D B.V.] (hierna te noemen: [C] c.s.), die op 10 november 2022 verzoekschriften tot faillietverklaring van verzoeksters ter griffie hebben ingediend, als belanghebbenden in de gelegenheid worden gesteld om schriftelijk hun zienswijze op onderhavig verzoek te geven. De rechtbank zal [C] c.s. daartoe een redelijke termijn verlenen. [C] c.s. zullen tevens in de gelegenheid worden gesteld om deel te nemen aan de mondelinge behandeling van het verzoek.
2.3
De rechtbank acht het voor de te maken belangenafweging tevens noodzakelijk dat de herstructureringsdeskundige, mr. I.C.J.C. van der Klundert, schriftelijk haar zienswijze op onderhavig verzoek kenbaar maakt.
2.4
Gelet op het voorgaande en om organisatorische redenen die de rechtbank betreffen bestond er voor de rechtbank geen mogelijkheid om onderhavig verzoek te behandelen en daarop te beslissen voorafgaand aan het verstrijken van de bij beschikking van 16 december 2022 afgekondigde afkoelingsperiode.
2.5
De rechtbank zal vanwege het vorenstaande een voorziening ex artikel 379 eerstePro lid Fw treffen, zoals in het dictum onder 3.6 is omschreven.
2.6
De rechtbank bepaalt datum en tijdstip waarop verzoeksters middels een digitale zitting zullen worden gehoord op hun verzoek tot verlenging van de afgekondigde afkoelingsperiode. Ook de herstructureringsdeskundige zal voor deze zitting worden uitgenodigd.
3.De beslissing
De rechtbank:
3.1
bepaalt dat verzoeksters een kopie van onderhavig verzoek (met bijlagen) alsmede een kopie van deze beslissing, uiterlijk 26 april 2023 per e-mail aan (de advocaat van) [C] c.s. zenden;
3.2
bepaalt dat [C] c.s. in de gelegenheid worden gesteld om tot uiterlijk woensdag 10 mei 2023 te 17:00 uur schriftelijk, per e-mail hun zienswijze op onderhavig verzoek aan de rechtbank kenbaar te maken, onder gelijktijdige toezending van een kopie aan mr. G. Wessels, advocaat van verzoeksters;
3.3
draagt de herstructureringsdeskundige op om uiterlijk woensdag 10 mei te 17:00 uur schriftelijk per e-mail haar zienswijze op onderhavig verzoek aan de rechtbank kenbaar te maken, onder gelijktijdige toezending van een kopie aan mr. Wessels, advocaat voornoemd;
3.4
bepaalt dat verzoeksters en de herstructureringsdeskundige op vrijdag 26 mei 2023 te 10:00 uur via een digitale zitting door de rechtbank zullen worden gehoord en roept verzoeksters en de herstructureringsdeskundige op om op laatstgenoemde datum en tijdstip ter zitting te verschijnen;
3.5
bepaalt dat wanneer [C] c.s. aanwezig willen zijn bij de mondelinge behandeling van het verzoek op vrijdag 26 mei 2023 te 10:00 uur, zij bij de rechtbank per e-mail ( insolventie.obr@rechtspraak.nl) een link voor de mondelinge behandeling kunnen opvragen;
3.6
bepaalt dat de bij beschikking van 16 december 2022 afgekondigde afkoelingsperiode voortduurt totdat de eindbeslissing op onderhavig verzoek is gegeven;
3.7
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. V.G.T. van Emstede, voorzitter, mr. H.J. Idzenga en mr. M.D.E. Leppens en in het openbaar uitgesproken op 25 april 2023, in tegenwoordigheid van de griffier.