Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte] ,
De tenlastelegging.
De formele voorvragen.
Beoordeling van het bewijs.
de rechtbank begrijpt: Verordening (EG) Nr. 2201/2003 van de Raad van 27 november 2003 betreffende de bevoegdheid en de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken en inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid) is het overbrengen of niet doen terugkeren van een kind ongeoorloofd indien: dit geschiedt in strijd met het recht van gezag dat ingevolge een beslissing, van rechtswege of bij een rechtsgeldige overeenkomst is toegekend overeenkomstig het recht van de lidstaat waar het kind onmiddellijk voor zijn overbrenging of niet doen terugkeren, zijn gewone verblijfplaats had; en b) indien dit recht van gezag op het tijdstip van overbrenging of niet doen terugkeren, alleen of gezamenlijk, daadwerkelijk werd uitgeoefend, dan wel zou zijn uitgeoefend indien een zodanige gebeurtenis niet had plaatsgevonden. Het gezag wordt geacht gezamenlijk te worden uitgeoefend als een van de personen die, ingevolge een beslissing of van rechtswege, de ouderlijke verantwoordelijkheid draagt, de verblijfplaats van het kind niet kan bepalen zonder de instemming van een andere persoon die de ouderlijke verantwoordelijkheid draagt. In art. 3 Verdrag Pro van 's-Gravenhage wordt vastgesteld dat het overbrengen of het niet doen terugkeren van een kind als ongeoorloofd wordt beschouwd, wanneer: a) dit geschiedt in strijd met een recht van gezag, dat is toegekend aan een persoon, een instelling of enig ander lichaam, alleen of gezamenlijk, ingevolge het recht van de Staat waarin het kind onmiddellijk voor zijn overbrenging of vasthouding zijn gewone verblijfplaats had; en b) dit recht alleen of gezamenlijk daadwerkelijk werd uitgeoefend op het tijdstip van het overbrengen of het niet doen terugkeren, dan wel zou zijn uitgeoefend, indien een zodanige gebeurtenis niet had plaatsgevonden. Het recht van gezag, dat in lid a) is vastgesteld, kan toegekend worden op grond van de wet of op grond van de rechterlijke beslissing of de beslissing van de administratieve institutie of op grond van de overeenkomstig die rechtsgeldig is volgens de wetten van dat land.
de rechtbank begrijpt: nam) deel aan de verzorging en de opvoeding van het kind. De omstandigheid, dat de verzoeker was gestopt met het onderhouden nadat de belanghebbende met de dochter vanuit het huis van de verzoeker was verhuisd of de omstandigheid dat hij nauwelijks contact had met het meisje nadat zij naar Litouwen werd gebracht (heeft één keer contact met haar gehad), biedt geen grondslag voor de bewering dat de verzoeker geen gebruik heeft gemaakt van het recht van het ouderlijke gezag. Op dit moment kan de verzoeker geen volledig gebruik maken van het recht van ouderlijk gezag wegens het vasthouden van het kind in de Republiek Litouwen.