Partijen hadden een overeenkomst van opdracht van 1 juni 2017 tot 1 juni 2022, die SoloPartners onregelmatig beëindigde per 1 augustus 2021. [Eiser] vordert vergoeding van schade bestaande uit gemiste vergoedingen over de resterende contractperiode.
De rechtbank stelt vast dat de gemiste vergoeding €373.378,02 bedraagt. SoloPartners betoogt dat dit bedrag verminderd moet worden met voordelen die [eiser] heeft genoten, zoals kostenbesparing en inkomsten uit vervangende werkzaamheden. De rechtbank erkent het causale verband tussen de beëindiging en de kostenbesparing, en rekent 40% van de omzet als kostenbesparing in mindering, wat resulteert in een schadevergoeding van €224.026,81.
Ten aanzien van het voordeel uit vervangende werkzaamheden oordeelt de rechtbank dat dit voordeel weliswaar bestaat, maar dat verrekening hiervan niet redelijk is vanwege het verwijtbare handelen van SoloPartners, het lange termijn karakter van de samenwerking en de onvoorziene aard van het voordeel. Daarnaast wijst de rechtbank de gevorderde handelsrente af en kent zij wettelijke rente toe vanaf opeisbaarheid van de maandelijkse bedragen.
De rechtbank wijst ook buitengerechtelijke kosten en proceskosten toe aan [eiser]. De subsidiaire verklaring voor recht wordt afgewezen wegens gebrek aan belang. SoloPartners wordt veroordeeld tot betaling van de schadevergoeding, rente, buitengerechtelijke kosten en proceskosten, met uitvoerbaarheid bij voorraad.