Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[eiser 2],
[gedaagde 2],
1.De procedure
- de dagvaarding van 16 januari 2023 met 11 producties
- de brief van mr. Van As van 7 februari 2023 met producties 12 tot en met 20
- de brief van mr. Verheyden van 7 februari 2023 met 23 producties
- de mondelinge behandeling op 10 februari 2023
- de pleitaantekeningen van mr. Van As tevens houdende vermeerdering van eis
- de spreekaantekeningen van mr. Verheyden.
2.De feiten
I
deAandelen, die de Aandeelhouder alsdan houdt dan wel hield, een koopprijs gehanteerd die gelijk is aan 100% van de conform het bepaalde in artikel 14 van Pro de Statuten vastgestelde koopprijs, zij het dat binnen de eerste vijf jaren na 1 januari 2022 geen goodwill zal zijn verschuldigd aan de vertrekkende (achterliggende) aandeelhouder.
voorhet verrichten
vande werkzaamheden inschakelt.
van€ 50.000,-- per overtreding en € 1.000,--
vooriedere dag waarop een overtreding eventueel voortduurt, zonder dat de vennootschap enig verlies of schade behoeft te bewijzen en onverminderd het recht
vande vennootschap daarnaast schadevergoeding te claimen als daartoe gronden zijn.
3.Het geschil
4.De beoordeling
Overeenstemming over de omvang van de vorderingen van [gedaagde 1] op [naam] is voorwaarde om te komen tot een veststellingsovereenkomst en finale kwijting tussen partijen”.Uit de nadien gedane voorstellen blijkt dat partijen het over de hoogte van de vergoeding niet eens zijn geworden.
1.097,00