Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van 24 mei 2023 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres
de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank, verweerder
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- verklaart het bezwaar tegen het primaire besluit 1 gegrond voor zover het betreft de intrekking van de nabestaandenuitkering over de periode van 1 januari 2019 tot en met 31 december 2021;
- herroept het primaire besluit 1 in zoverre;
- verklaart het bezwaar tegen het primaire besluit 1 ongegrond voor zover het de intrekking vanaf 1 januari 2022 betreft;
- verklaart het bezwaar tegen het primaire besluit 2 gegrond;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde gedeelte van het bestreden besluit;
- draagt verweerder op het bedrag van de terugvordering opnieuw te berekenen met inachtneming van hetgeen in deze uitspraak is overwogen
- bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 50,00 aan eiseres moet vergoeden;
- veroordeelt verweerder tot betaling van € 2.868,00 aan proceskosten aan eiseres.