ECLI:NL:RBOBR:2023:2445
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing huurprijsverhoging en vordering huurprijsvermindering wegens gebreken woning
Newomij Vastgoed B.V. vordert betaling van huurprijsverhogingen vanaf 1 juli 2019, terwijl huurder bezwaar maakte tegen deze verhogingen. De huurovereenkomst bevat geen clausule die periodieke huurprijsverhoging toestaat, waardoor de verhogingen niet rechtsgeldig zijn. Huurder heeft de verhogingen niet betaald en stelt daarnaast dat de woning gebreken vertoont, met name enkel glas in stalen kozijnen die hoge stookkosten veroorzaken.
De rechtbank oordeelt dat de huurprijs boven de liberalisatiegrens ligt, waardoor huurprijsverhoging alleen mogelijk is bij een contractuele bepaling. Die ontbreekt, en eerdere verhogingen werden stilzwijgend geaccepteerd, maar na 1 juli 2019 is bezwaar gemaakt. Er is geen reden om af te wijken van het contractuele vereiste, zodat de huurprijsverhogingen onrechtmatig zijn.
Ten aanzien van de gebreken wijst de rechtbank de vordering tot huurprijsvermindering af, omdat enkel glas in stalen kozijnen niet als gebrek wordt aangemerkt in het gebrekenboek en het verduurzamen van de woning als verbetering geldt. De proceskosten worden verdeeld: verhuurder wordt veroordeeld in de kosten van de conventie, terwijl in reconventie de kosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: De vordering tot huurprijsverhoging wordt afgewezen en de vordering tot huurprijsvermindering wordt eveneens afgewezen.