Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
Patrick Theodorus Adrianus [medeverdachte 1] ,
De tenlastelegging.
De formele voorvragen.
Beoordeling van het bewijs.
€ 4.700.518,78 dat verdachte ambtelijk heeft verduisterd.
Rechtbank Oost-Brabant
Verdachte, werkzaam als medewerker bij een overheidsinstelling, heeft tussen 2014 en 2020 opzettelijk ruim €4,7 miljoen verduisterd, witwassen gepleegd en valsheid in geschrifte begaan door valse machtigingsformulieren te gebruiken voor kasopnames.
Het bewijs bestond uit bekennende verklaringen, aangifte van de werkgever, banktransacties, afgeluisterde telefoongesprekken en het aantreffen van een kogel als intimidatiemiddel. Verdachte werkte alleen en verduisterde geld via overschrijvingen, contante opnames en valse documenten.
De verdediging voerde psychische overmacht aan wegens afpersing door een medeverdachte, maar de rechtbank verwierp dit omdat verdachte jarenlang zelfstandig handelde en telkens opnieuw koos te verduisteren.
De rechtbank legde een gevangenisstraf van 22 maanden op, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, rekening houdend met de overschrijding van de redelijke termijn. De schadevergoeding van ruim €4,5 miljoen aan de benadeelde partij werd toegewezen, maar de schadevergoedingsmaatregel niet opgelegd vanwege de professionele status van de benadeelde partij.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 22 maanden gevangenisstraf, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, en betaling van ruim €4,5 miljoen schadevergoeding.