ECLI:NL:RBOBR:2023:3316
Rechtbank Oost-Brabant
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen WOZ-waarde woning met vergelijkingsobjecten en voorzieningenniveau
De rechtbank Oost-Brabant heeft op 28 juni 2023 uitspraak gedaan in het bestuursrechtelijke beroep van eiser tegen de WOZ-waarde van zijn woning. De heffingsambtenaar had de waarde vastgesteld op €249.000 per 1 januari 2021, welke eiser betwistte en een lagere waarde van €235.000 bepleitte.
De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar terecht gebruik heeft gemaakt van drie vergelijkingsobjecten die voldoende vergelijkbaar zijn met de woning, waarbij correcties zijn toegepast voor verschillen in bouwjaar, inhoud en voorzieningen. De taxateur heeft het voorzieningenniveau van de woning als gemiddeld gewaardeerd, ondanks dat eiser stelde dat voorzieningen gedateerd zijn.
De rechtbank stelt vast dat de vaststelling van correctiefactoren een taxatietechnische waardering betreft waar de rechter niet op juistheid kan toetsen, maar wel op begrijpelijkheid en onderbouwing. De taxateur heeft voldoende toegelicht waarom het voorzieningenniveau geen negatieve correctie rechtvaardigt.
Omdat eiser zijn waardestandpunt niet voldoende heeft onderbouwd en geen twijfel heeft gezaaid over de juistheid van de vastgestelde waarde, verklaart de rechtbank het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Partijen kunnen tegen deze uitspraak hoger beroep instellen.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde van de woning wordt ongegrond verklaard.