Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
Inleiding
Wat ging aan deze procedure vooraf
Wat vindt het UWV
.
Rechtbank Oost-Brabant
Eiser heeft een WIA-uitkering aangevraagd die door het UWV is afgewezen op grond van een arbeidsongeschiktheidspercentage van minder dan 35%. De rechtbank beoordeelt het beroep van eiser tegen dit besluit, waarbij eiser psychische klachten zoals agressie, depressie, ADHD, verslaving en PTSS aanvoert die zijn functioneren ernstig beperken.
De verzekeringsarts B&B heeft de medische situatie op 8 februari 2022 onderzocht en vastgesteld dat eiser weliswaar mentale kwetsbaarheden heeft, maar niet voldoet aan de criteria voor een hogere mate van arbeidsongeschiktheid. De beperkingen zijn onder meer opgenomen in de Functionele Mogelijkhedenlijst, met specifieke aandacht voor samenwerkingsproblemen en contact met klanten.
De rechtbank acht de medische rapporten inhoudelijk overtuigend en concludeert dat de beperkingen van eiser niet zodanig zijn dat hij niet kan werken. Hoewel eiser ernstige psychische klachten ervaart, zijn deze niet objectief onderbouwd als zodanig dat zij leiden tot een arbeidsongeschiktheidspercentage van 35% of meer.
De rechtbank constateert een motiveringsgebrek in het bestreden besluit, maar passeert dit omdat het UWV het griffierecht aan eiser moet vergoeden en het besluit ook zonder dit gebrek stand zou houden. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het UWV mag de WIA-uitkering weigeren wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.