Uitspraak
ECHTBANK Oost-Brabant
1.De procedure
- de akte van 4 juli 2023 van [bedrijfsnaam gedaagde] met producties 1 t/ m 10
- de mondelinge behandeling van 5 juli 2023
- de pleitnota van [bedrijfsnaam gedaagde] .
Rechtbank Oost-Brabant
Eiseres exploiteert sinds 2019 een horecagelegenheid onder een bepaalde handelsnaam in het centrum van een plaats, waarbij zij ruimte verhuurt voor besloten evenementen en optioneel catering verzorgt. Gedaagde opende eind 2022 een restaurant in dezelfde plaats met een handelsnaam die de naam van eiseres letterlijk herhaalt, wat leidde tot verwarring bij klanten en leveranciers.
Eiseres vordert in kort geding dat gedaagde het gebruik van haar handelsnaam staakt wegens inbreuk op artikel 5 van Pro de Handelsnaamwet, wijziging van de handelsnaam in het handelsregister, en opzegging van de domeinnaam. Gedaagde voert verweer en wijst de vorderingen af.
De voorzieningenrechter oordeelt dat eiseres rechtmatig de handelsnaam voert en dat de handelsnaam van gedaagde slechts in geringe mate afwijkt, waardoor verwarring bij het relevante publiek te duchten is. De vordering tot staking van het gebruik van de handelsnaam wordt toegewezen met een termijn van twee weken en een dwangsom van €1.000 per dag. De overige vorderingen worden afgewezen wegens gebrek aan belang of onvoldoende onderbouwing. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten van €6.446,42.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld het gebruik van de handelsnaam te staken binnen twee weken met oplegging van een dwangsom en proceskostenveroordeling.