AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Recht op inzage in bankmutaties door erfgenaam ter vaststelling nalatenschap
Deze civiele zaak betreft een geschil over de nalatenschap van een overleden persoon waarbij de erfgenaam, eiseres, inzage verlangt in alle mutaties van bankrekeningen van de erflater. De executeur, tevens afwikkelingsbewindvoerder, weigert deze inzage te verlenen. De rechtbank oordeelt dat eiseres als mede-erfgenaam op grond van artikel 4:16 lid 4 BWPro recht heeft op inzage in alle relevante bescheiden, waaronder bankmutaties, en dat het vonnis in de plaats treedt van de vereiste toestemming van de executeur.
De rechtbank wijst de vorderingen af voor inzage in bankrekeningen van banken waar niet is gesteld dat er een rekening was, en voor mutaties over een periode waarover eiseres reeds beschikt. Ook de vordering tot het opleggen van een schriftelijke rekening en verantwoording en het opleggen van een nieuwe boedelbeschrijving worden afgewezen, omdat niet vaststaat dat de executeur daartoe gehouden is en omdat reeds een boedelbeschrijving is opgemaakt.
De kosten van het verkrijgen van bankafschriften komen ten laste van de nalatenschap. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en verdere beslissingen worden aangehouden. De zaak wordt verwezen naar een volgende rolzitting voor conclusie van antwoord van de executeur.
Uitkomst: Erfgenaam krijgt inzage in bankmutaties zonder toestemming executeur, met kosten ten laste van nalatenschap; overige vorderingen afgewezen.
Uitspraak
RECHTBANK Oost-Brabant
Civiel recht
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Zaaknummer: C/01/390729 / HA ZA 23-151
Vonnis in incident van 26 juli 2023
in de zaak van
[eiseres],
te [plaats] ,
eiseres in de hoofdzaak,
eiseres in het incident,
advocaat: mr. E.J.H. Reitsma te Vught,
tegen
[gedaagde]pro se en in haar hoedanigheid van executeur en afwikkelingsbewindvoerder in de nalatenschap van [erflater],
te [plaats] , gemeente [plaats] , gedaagde in de hoofdzaak,
verweerster in het incident,
advocaat: mr. M.V. Scheffer te Utrecht.
Eiseres wordt hierna als [eiseres] aangeduid. Gedaagde wordt hierna aangeduid als [gedaagde] . Waar het onderscheid tussen de hoedanigheden van [gedaagde] van belang wordt geacht wordt zij aangeduid als [gedaagde] pro se en [gedaagde] q.q.
1.De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding tevens inhoudende een vordering in incident, - de conclusie van antwoord in het incident,
- de akte uitlaten producties in incident van [eiseres] .
1.2.
Vervolgens heeft de rechtbank bepaald dat vonnis zal worden gewezen in het incident.
2.De beoordeling van het geschil in het incident
2.1.
Deze zaak gaat over de nalatenschap van [erflater] (hierna: erflater), overleden op [datum] 2019.
2.2.
Volgens [eiseres] heeft zij recht op een groter bedrag uit de nalatenschap dan zij heeft ontvangen. Zij heeft daarom in de hoofdzaak meerdere vorderingen ingesteld, onder meer, samengevat, dat [gedaagde] q.q. wordt bevolen tot betaling over te gaan van € 55.432,62 uit hoofde van de aanvullende verdeling van de nalatenschap van erflater en dat voor het geval dat blijkt dat er nog een aanvullend bedrag te verdelen valt, danwel gebleken is dat er oneigenlijke onttrekkingen aan erflaters vermogen ten gunste van [gedaagde] en/of [A] hebben plaatsgevonden, [gedaagde] pro se te veroordelen tot vergoeding van schade.
2.3.
De vorderingen in de hoofdzaak zijn gebaseerd op hetgeen [eiseres] nu weet/aanneemt. Zij sluit echter niet uit dat haar vorderingen gewijzigd moeten worden, als zij meer duidelijkheid zal hebben over haar erfrechtelijke aanspraken. Ter nadere bepaling van haar erfrechtelijke aanspraken heeft [eiseres] de volgende vorderingen in het incident ingesteld:
I. te bepalen dat dit vonnis in incident in de plaats zal treden van de door de bank vereiste toestemming van hetzij de executeur/afwikkelingsbewindvoerder, hetzij de overige erfgenamen van erflater, voor de inzage door [eiseres] in alle mutaties op de bankrekeningen die bij de Rabobank, de ABN AMRO-bank, de SNS bank en de ING- bank, door erflater en/of zijn echtgenote werden aangehouden, zulks zonder enige tijdsbeperking, met daarbij de bepaling dat [eiseres] recht heeft op de verstrekking aan haar van een afschrift van alle bankafschriften die zij wenst te verkrijgen, met daarbij de bepaling dat de kosten die de banken hiervoor in rekening brengen, ten laste komen van de executeur, althans de nalatenschap;
II. [gedaagde] te bevelen om binnen vier weken na de roldatum waarop [eiseres] haar voormelde akte in incident heeft genomen, althans binnen een termijn door de rechtbank te bepalen, middels een antwoordakte in incident schriftelijk rekening en verantwoording af te leggen tegenover de rechtbank, althans tegenover [eiseres] , voor alle door [eiseres] in haar akte vermelde mutaties/vraagpunten, zulks op straffe van verbeurte door [gedaagde] aan [eiseres] van een dwangsom van € 1.000,- per dag, voor iedere dag waarop [gedaagde] geen, althans geen volledig, gehoor zal hebben gegeven aan het ten deze bedoelde bevel, zulks met een maximum van € 250.000,-;
III. [gedaagde] te bevelen om binnen vier weken na de roldatum waarop [eiseres] haar voormelde akte heeft genomen, althans binnen een termijn door de rechtbank te bepalen, in dezelfde antwoordakte waarin zij schriftelijk rekening en verantwoording dient af te leggen tegenover de rechtbank, althans tegenover [eiseres] , voor alle door [eiseres] in haar akte vermelde mutaties/vraagpunten, de boedelbeschrijving ex artikel 3:194 BWPro lid 1 voor Vaders nalatenschap opneemt, zulks op straffe van verbeurte door [gedaagde] aan [eiseres] van een dwangsom van € 1.000,- per dag, voor iedere dag waarop [gedaagde] geen, althans geen volledig, gehoor zal hebben gegeven aan het ten deze bedoelde bevel, zulks met een maximum van € 250.000,-.
2.4.
De vorderingen in het incident worden hierna puntsgewijs behandeld.
De vordering mee te werken aan het verkrijgen van inzage in de mutaties op bankrekeningen
2.5.
Met haar vordering in het incident sub I wenst [eiseres] inzage te krijgen in mutaties op bankrekeningen.
2.6.
Zij legt hieraan het volgende ten grondslag. [eiseres] is als dochter mede-erfgenaam van erflater. Zij weet niet wat de precieze omvang van de nalatenschap is en wil de omvang van de nalatenschap graag nagaan/controleren. [gedaagde] is executeur en afwikkelingsbewindvoerder van de nalatenschap van erflater. Er is informatie verstrekt, maar die informatie is onvoldoende. Als mede-erfgenaam heeft [eiseres] recht om toegang te krijgen tot de administratie van erflater. [gedaagde] weigert echter inzage te geven in de rekeningafschriften en mee te werken aan het verkrijgen van inzage hierin. [eiseres] heeft de Rabobank en de ING Bank aangeschreven en die hebben afschriften verstrekt over de periode van 15 maanden voorafgaand aan het overlijden van erflater (dus van 18 maart 2018 tot en met [datum] 2019). Voor het verstrekken van de andere rekeningafschriften heeft de Rabobank aangegeven dat dat alleen mogelijk is als de afschriften door alle erfgenamen gezamenlijk worden opgevraagd. Op grond van artikel 3:166 lid 3 BWPro jo 6:2 BW moeten deelgenoten tegenover elkaar de eisen van redelijkheid en billijkheid in acht nemen en dit brengt met zich mee dat een deelgenoot zoals [eiseres] recht heeft op inzage in alle stukken die deel uitmaken van de nalatenschap, die ter beoordeling van de omvang en de samenstelling van die nalatenschap van belang kunnen zijn.
[gedaagde] handelt onrechtmatig door niet mee te werken aan het krijgen van inzage in de rekeningafschriften/bankomgeving, zodat de kosten die de bank in rekening brengt voor rekening van [gedaagde] zelf moeten komen en niet ten laste van de nalatenschap moeten worden gebracht, aldus [eiseres] .
2.7.
Volgens [gedaagde] moet de vordering worden afgewezen. Uit artikel 3:166 lid 3 joPro 6:2 BW vloeit niet voort dat [eiseres] recht heeft op inzage/afgifte van rekeningafschriften. Voor zover [eiseres] een beroep heeft willen doen op artikel 843a Rv heeft zij onvoldoende onderbouwd dat aan de voorwaarden van dit artikel is voldaan. Het is bovendien niet nodig dat [eiseres] de rekeningafschriften verkrijgt. [eiseres] wil namelijk aan de hand daarvan controleren of [gedaagde] toen zij gevolmachtigde was (vanaf 2013 tot aan de dood van erflater) de financiën van erflater goed heeft beheerd of verzorgd, maar [gedaagde] behoeft over die periode geen rekening en verantwoording af te leggen, omdat erflater de rekeningen en verantwoordingen tot en met 2019 heeft goedgekeurd. De vordering is ook praktisch niet toewijsbaar. Niet alle erfgenamen zijn partij in de onderhavige procedure. Verder hield erflater geen rekening aan bij de ABN Amro Bank en/of de SNS Bank, aldus [gedaagde] .
2.8.
Naar het oordeel van de rechtbank moet de vordering worden toegewezen,
op de wijze zoals in de beslissing is vermeld.
2.9.
Als kind en erfgenaam van erflater heeft [eiseres] op grond van artikel 4:16 lid 4 rechtPro op inzage in en afschrift van alle bescheiden en gegevensdragers, die zij voor de vaststelling van haar aanspraken op de nalatenschap nodig heeft. Uit de bewoordingen van artikel 4:16 lid 4 BWPro (‘alle bescheiden en gegevensdragers’) kan worden afgeleid dat de te verstrekken informatie zo ruim mogelijk moet worden uitgelegd. Hieruit volgt dat [eiseres] ook recht heeft op inzage in de mutaties op bankrekeningen van erflater. Weliswaar heeft [eiseres] artikel 4:16 lid 4 BWPro niet genoemd, maar op grond van artikel 25 RvPro is de rechtbank gehouden ambtshalve rechtsgronden aan te vullen.
2.10.
[gedaagde] heeft aangevoerd dat zij geen rekening en verantwoording behoeft af te leggen, omdat erflater de rekeningen en verantwoordingen van [gedaagde] tot en met 2019 heeft goedgekeurd. Naar de rechtbank begrijpt voert [gedaagde] hiermee in feite aan dat [eiseres] geen belang heeft bij inzage in de mutaties op de bankrekeningen, zodat de vordering wegens gebrek aan belang moet worden afgewezen (artikel 3:303 BWPro).
2.11.
Anders dan [gedaagde] is de rechtbank van oordeel dat [eiseres] belang kan hebben bij inzage in de mutaties op de bankrekening, ook als [gedaagde] geen rekening en verantwoording aan [eiseres] behoeft af te leggen (hetgeen overigens volgens [eiseres] wel het geval is). De bedoeling van artikel 4:16 BWPro is dat een erfgenaam zelf zijn aanspraken kan nagaan en vaststellen en dit belang (dat [eiseres] ook zelf haar aanspraken kan nagaan en vaststellen) is er nog steeds, ook al behoeft [gedaagde] geen rekening en verantwoording aan [eiseres] af te leggen.
2.12.
[gedaagde] heeft aangevoerd dat niet alle erfgenamen zijn betrokken in de procedure. Dit is echter geen reden om de vordering niet toe te wijzen. [gedaagde] vertegenwoordigt als executeur wat betreft de nalatenschap de erfgenamen in en buiten rechte (artikel 4:145 lid 2 BWPro).
2.13.
Aangezien [eiseres] recht heeft op inzage in de mutaties op de bankrekeningen, [eiseres] voor het verkrijgen van deze inzage de toestemming van [gedaagde] mogelijk behoeft en [gedaagde] die toestemming niet geeft, zal de rechtbank bepalen dat dit vonnis in de plaats treedt van de benodigde toestemming, conform het bepaalde in artikel 3:300 BWPro.
2.14.
De vordering ten aanzien van de ABN Amro Bank en de SNS Bank wordt afgewezen, omdat niet is gesteld noch is gebleken dat erflater daar een bankrekening had en [eiseres] verder haar vordering tot inzage wat dit betreft niet heeft toegelicht.
2.15.
Voor zover de vordering ziet op de mutaties over de periode 18 maart 2018 – [datum] 2019 wordt zij afgewezen, omdat [eiseres] al beschikt over de rekeningafschriften over deze periode.
2.16.
Voor zover de vordering ziet op bankrekeningen op naam van de echtgenote van erflater wordt zij afgewezen, aangezien [eiseres] dit deel van de vordering in het geheel niet heeft toegelicht.
2.17.
De nalatenschap wordt veroordeeld in de kosten die de banken hiervoor in rekening brengen. Voor (persoonlijke) aansprakelijkheid van [gedaagde] pro se is de enkele weigering tot nu toe om inzage te geven in de mutaties onvoldoende.
De vordering [gedaagde] te bevelen om rekening en verantwoording af te leggen voor alle in een akte van [eiseres] vermelde mutaties/vraagpunten
2.18.
Met haar vordering in het incident sub II wenst [eiseres] dat [gedaagde] wordt bevolen rekening en verantwoording af te leggen over de door [eiseres] in een akte te vermelden mutaties en vraagpunten.
2.19.
Naar het oordeel van de rechtbank moet deze vordering worden afgewezen.
2.20.
Op grond van artikel 3:296 BWPro kan hij die jegens een ander verplicht is iets te doen daartoe worden veroordeeld. Daarvoor is nodig dat vaststaat dat een ander gehouden is iets te doen. In dit geval staat het echter niet vast dat [gedaagde] gehouden is rekening en verantwoording af te leggen over mutaties/vraagpunten die zullen worden vermeld in de door [eiseres] te nemen akte. De mutaties/vraagpunten die zullen worden vermeld in de akte zijn immers nog onbekend. Op voorhand kan dus niet zonder meer worden gezegd dat [gedaagde] daarover gehouden is rekening en verantwoording af te leggen. Verder staat het vast dat [gedaagde] al enige rekening en verantwoording heeft afgelegd. De vordering van [eiseres] is gebaseerd op de veronderstelling dat deze rekening en verantwoording met betrekking tot bepaalde mutaties/vraagpunten onvoldoende is en dus nadere toelichting behoeft, maar dat de rekening en verantwoording met betrekking tot de in de door [eiseres] te nemen akte beschreven mutaties/vraagpunten onvoldoende is, kan op voorhand niet worden geconcludeerd.
De vordering [gedaagde] te bevelen om een boedelbeschrijving op te nemen
2.21.
Met haar vordering in het incident sub III wenst [eiseres] dat [gedaagde] wordt bevolen een boedelbeschrijving ex artikel 3:194 lid 1 BWPro van de nalatenschap op te nemen in de door haar te nemen akte.
2.22.
Naar het oordeel van de rechtbank moet deze vordering worden afgewezen.
2.23.
Zoals hiervoor weergegeven kan hij die jegens een ander verplicht is iets te doen daartoe worden veroordeeld en is daarvoor nodig dat vaststaat dat een ander gehouden is iets te doen.
[gedaagde] heeft al een boedelbeschrijving in haar hoedanigheid van executeur opgemaakt (productie 17 conclusie van antwoord). In dat licht kan niet zonder meer worden geconcludeerd worden dat [gedaagde] gehouden is nogmaals een boedelbeschrijving op te maken. Dat de al gemaakte boedelbeschrijving niet klopt volgt niet zonder meer uit hetgeen is gesteld.
De proceskosten
2.24.
Gezien de relatie tussen partijen worden de proceskosten gecompenseerd.
3.De beslissing
De rechtbank
in het incident
3.1.
bepaalt dat dit vonnis in incident in de plaats zal treden van de door de bank vereiste toestemming van de executeur en afwikkelingsbewindvoerder van erflater, hetzij de overige erfgenamen van erflater, voor de inzage door [eiseres] in alle mutaties op de bankrekeningen die bij de Rabobank en de ING bank, door erflater werden aangehouden, zulks behoudens mutaties over de periode 18 maart 2018 – [datum] 2019, en verder zulks zonder enige tijdsbeperking, met daarbij de bepaling dat [eiseres] recht heeft op de verstrekking aan haar van een afschrift van alle bankafschriften die zij wenst te verkrijgen, met daarbij de bepaling dat de kosten die de banken hiervoor in rekening brengen, ten laste komen van de nalatenschap,
3.2.
compenseert de kosten van het geding aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt,
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
3.4.
wijst af het meer of anders gevorderde,
in de hoofdzaak
3.5.
verwijst de zaak naar de rol van 6 september 2023voor conclusie van antwoord van [gedaagde] ,
3.6.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.J.C. Adang en in het openbaar uitgesproken op 26 juli 2023.