Eiseres werkte sinds 2001 bij een onderwijsinstelling en is in augustus 2021 overgegaan naar een nieuwe functie met minder uren en salaris. Zij vroeg een werkloosheidsuitkering aan, die door het UWV werd geweigerd wegens verwijtbare werkloosheid. De rechtbank beoordeelt of het UWV terecht heeft geoordeeld dat eiseres passende arbeid niet heeft behouden.
Eiseres stelde dat een conflictsituatie met haar leidinggevende haar noopte een andere functie te zoeken. Ondanks gesprekken, een verbeterplan en mediation kon de relatie niet worden hersteld. Zij solliciteerde en accepteerde een nieuwe functie met minder uren en salaris. De rechtbank concludeert echter dat er geen situatie was ontstaan waardoor van haar redelijkerwijs niet kon worden gevergd haar oude functie voort te zetten.
De rechtbank weegt mee dat de werkgever een verbetertraject wilde inzetten, mediation toestond en geen druk uitoefende om de nieuwe functie te accepteren. Eiseres heeft geen medische onderbouwing gegeven voor het niet kunnen voortzetten van haar oude functie en heeft zich niet ziek gemeld. Ook recente ontwikkelingen rond haar voormalige leidinggevende leiden niet tot een ander oordeel.
Daarom is het beroep ongegrond verklaard en wordt de uitkering geweigerd. Eiseres krijgt geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug.