Uitspraak
RECHTBANK Oost-Brabant
1.De procedure
- de incidentele conclusie tot voeging ex artikel 222 Rv Pro,
- de conclusie van antwoord in het incident.
Rechtbank Oost-Brabant
In deze civiele bodemzaak vordert eiseres de voeging van de onderhavige procedure met een andere, nog aan te brengen zaak. Eiseres stelt dat beide procedures nagenoeg identiek zijn en over hetzelfde feitencomplex en standpunten gaan.
De gedaagde partij, Netcar, voert verweer tegen de voeging. Hoewel de rechtbank ambtshalve erkent dat de andere zaak inmiddels is ingediend, slaagt het verweer dat niet is voldaan aan de vereiste dat de vordering tot voeging vóór de conclusie van antwoord moet worden ingesteld, zoals bepaald in artikel 220 lid 2 in Pro combinatie met artikel 222 Rv Pro.
De incidentele conclusie tot voeging en de conclusie van antwoord zijn beide op 7 juni 2023 genomen, waardoor de voeging niet tijdig is ingesteld. De rechtbank verklaart daarom de vordering niet-ontvankelijk en veroordeelt eiseres in de proceskosten van het incident, inclusief nakosten, met uitvoerbaarheid bij voorraad. De zaak wordt opnieuw op de rol gezet voor mondelinge behandeling op 16 augustus 2023.
Uitkomst: De vordering tot voeging wordt niet-ontvankelijk verklaard en eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten.