In deze zaak vordert verhuurder schorsing van de executie van een vonnis waarin zij is veroordeeld tot herstel van gebreken aan een gehuurde woning en het uitvoeren van jaarlijks cv-ketelonderhoud. Huurder had het vonnis van 6 juli 2023 betekend en wilde executie van het vonnis afdwingen. Verhuurder stelde dat zij door marktomstandigheden niet binnen de gestelde termijn kon voldoen en dat het vonnis kennelijke misslagen bevatte.
De voorzieningenrechter oordeelde dat hij bevoegd was om over het executiegeschil te beslissen en dat er sprake was van spoedeisend belang. De schorsing van de executie kan alleen worden toegewezen als het belang van verhuurder bij behoud van de bestaande toestand zwaarder weegt dan het belang van huurder bij executie. De gestelde misslagen in het vonnis deden hier niet aan af omdat deze los stonden van de herstelverplichting.
Het onderhoud aan de cv-ketel was volgens verhuurder al uitgevoerd, wat huurder niet betwistte, zodat schorsing daarop niet nodig was. Ten aanzien van de overige gebreken wees de rechter op de krapte op de bouwmarkt en de bouwvakvakantie, waardoor verhuurder niet binnen de termijn kon herstellen. Reacties van vaklieden toonden aan dat starten mogelijk was, maar afronden binnen de termijn niet aannemelijk.
De executie werd daarom geschorst tot 15 september 2023. De proceskosten werden gecompenseerd en het meer of anders gevorderde werd afgewezen.