ECLI:NL:RBOBR:2023:3954
Rechtbank Oost-Brabant
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Toewijzing uitsluitend gebruik studio aan bewindvoerder na relatiebreuk en mentale gezondheidsproblemen
De rechtbank Oost-Brabant behandelde een kort geding over het gebruik van een studio die door twee contractuele huurders werd bewoond, na het beëindigen van hun relatie. De bewindvoerder van een van de huurders, die een hoge zorgindicatie heeft, vorderde dat deze huurder de studio exclusief mocht gebruiken en dat de andere huurder de woning zou verlaten.
De gedaagde, die vanwege mentale gezondheidsproblemen in een High Intensive Care afdeling verbleef, wilde in de studio blijven vanwege gebrek aan alternatieve woonruimte. De kantonrechter woog de belangen van beiden af, waarbij de kwetsbare positie van beide partijen en hun zorgbehoeften werden betrokken.
Uiteindelijk werd geoordeeld dat het belang van de bewindvoerder zwaarder woog vanwege zijn zorgindicatie, binding aan de regio en de negatieve gevolgen van verhuizing. De gedaagde werd veroordeeld de studio binnen 24 uur te verlaten, zich uit te schrijven uit de BRP en de helft van de huur te betalen vanaf 1 augustus 2023. De vordering tot wijziging van de huurovereenkomst werd afgewezen wegens onvoldoende spoedeisend belang.
Uitkomst: Rechthebbende krijgt exclusief gebruiksrecht van de studio; gedaagde moet binnen 24 uur vertrekken en helft huur betalen.