ECLI:NL:RBOBR:2023:3989
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen WOZ-waarde woning na nieuwbouwproject
Eiser betwistte de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, gelegen in een gebied waar een nieuwbouwproject was gerealiseerd. De heffingsambtenaar had de waarde vastgesteld op €233.000, gebaseerd op een taxatierapport en vergelijkingsobjecten. Eiser stelde een lagere waarde van €203.000 voor en voerde aan dat het nieuwbouwproject een waardevermindering van 25% zou moeten veroorzaken.
De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar aannemelijk had gemaakt dat de waarde niet te hoog was vastgesteld. De gebruikte vergelijkingsobjecten waren voldoende vergelijkbaar en er was rekening gehouden met verschillen in ligging en bouwjaar. De rechtbank stelde vast dat de waardedrukkende effecten van het nieuwbouwproject reeds in de waardering waren verwerkt, met een afwaardering van 20% voor de grondwaarde.
Verder vond de rechtbank geen aanleiding om de opstallen af te waarderen, omdat niet aannemelijk was dat het nieuwbouwproject invloed had op de kwaliteit of voorzieningen daarvan. Eisers verwijzing naar eerdere WOZ-waarden werd verworpen, omdat WOZ-waarden jaarlijks opnieuw worden vastgesteld op basis van actuele marktgegevens.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter A.F. Vink op 9 augustus 2023.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van de woning wordt ongegrond verklaard.