ECLI:NL:RBOBR:2023:4042

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
15 augustus 2023
Publicatiedatum
16 augustus 2023
Zaaknummer
22/1780
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid

Eiseres heeft een WIA-uitkering aangevraagd, maar het UWV heeft deze geweigerd omdat zij op 1 november 2021 minder dan 35% arbeidsongeschikt was. De rechtbank beoordeelt het beroep van eiseres tegen dit besluit.

De medische beoordeling door de verzekeringsarts B&B is overtuigend en zonder tegenstrijdigheden, waarbij geen sprake is van volledige arbeidsongeschiktheid of ernstige psychische stoornissen. De klachten van eiseres, waaronder beperkingen door huidcontact en enkel/voetproblemen, zijn onvoldoende medisch onderbouwd om tot een hogere mate van arbeidsongeschiktheid te leiden.

De arbeidsdeskundige heeft vastgesteld dat eiseres haar eigen werk niet kan verrichten, maar wel andere functies passend zijn, waarbij zij meer dan 100% van haar oude loon kan verdienen. De rechtbank volgt het UWV in haar oordeel en verklaart het beroep ongegrond, waardoor eiseres geen recht heeft op een WIA-uitkering.

Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en het UWV mag de WIA-uitkering weigeren wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT
Inloopteam bestuursrecht
zaaknummer: SHE 22/1780

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , uit [plaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. J.W. van de Wege),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen(hierna: het UWV), verweerder
(gemachtigde: E.A.M. Vervoort).

Inleiding

Het UWV heeft de aanvraag van eiseres voor een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) afgewezen, omdat zij per 1 november 2021 minder dan 35% arbeidsongeschikt is.
In bezwaar is het UWV bij dit besluit gebleven.
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen deze beslissing op bezwaar (het bestreden besluit) van 18 juli 2022.
De rechtbank heeft het beroep op 1 augustus 2023 met behulp van een beeldverbinding op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, een vriend van eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van het UWV.

Wat ging aan deze procedure vooraf

1. Eiseres heeft voor het laatst gewerkt als schoonmaakster voor gemiddeld 39,15 uur per week. Op 4 november 2019 heeft eiseres zich ziekgemeld voor dit werk vanwege gezondheidsklachten.
2. Eiseres heeft een aanvraag voor een uitkering op grond van de Wet WIA gedaan. Het UWV heeft na medisch en arbeidskundig onderzoek de besluiten genomen die in de inleiding zijn genoemd.

Wat vindt het UWV

3. Het UWV vindt dat eiseres op 1 november 2021 minder dan 35% arbeidsongeschikt is en heeft daarom geweigerd om aan eiseres een WIA-uitkering toe te kennen.
4. Het UWV heeft de medische grondslag van het bestreden besluit gebaseerd op het rapport van een verzekeringsarts bezwaar en beroep (verzekeringsarts B&B) van 13 juli 2022. De medische belastbaarheid van eiseres is opgenomen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 20 september 2021.
5. Het UWV heeft de arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit gebaseerd op het rapport van een arbeidsdeskundige bezwaar en beroep (arbeidsdeskundige B&B) van 14 juli 2022
.

Wat vindt eiseres

6. Eiseres is het niet eens met het UWV. Zij kan zich niet verenigen met de afwijzing van haar WIA-aanvraag. Zij stelt dat haar beperkingen zijn onderschat in de FML van 20 september 2021. Eiseres vindt dat bij de beperking voor huidcontact moet worden aangesloten bij de FML van 6 december 2016, waarin is vermeld dat geen sprake mag zijn van overmatig contact met water, zeep en oplosmiddelen (terpentine). Omdat water en zeep wellicht niet meteen als irriterende stoffen worden herkend in het Claim Beoordelings- en Borgingssysteem (CBBS) blijft het volgens eiseres van belang deze specifieke (vloei)stoffen ook te noemen in de FML. Verder vindt zij de beperkingen door de klachten die zij ervaart aan haar enkel(s) en voet(en) onvoldoende meegenomen op basis van haar dagverhaal. Ook is de verzekeringsarts B&B onvoldoende op haar dagverhaal ingegaan. Daarnaast meent eiseres dat zij geen artrodese-schoen kan dragen vanwege een pijnlijke bult op haar enkel(s)/voet(en). Verder is eiseres van mening dat de geselecteerde functies niet geschikt zijn, althans niet minimaal drie en dat zij volledig arbeidsongeschikt is.

Wat vindt de rechtbank

7 De vraag is of het UWV terecht stelt dat eiseres geen recht heeft op een WIA-uitkering omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt is. De rechtbank moet die vraag beantwoorden aan de hand van wat eiseres daartegen in heeft gebracht. Belangrijk punt is dat het gaat om de medische toestand van eiseres op 1 november 2021 en de vraag welke beperkingen daaruit volgen.
8. De rechtbank vindt dat het UWV terecht heeft beslist dat eiseres op 1 november 2021 minder dan 35% arbeidsongeschikt is en dus geen recht heeft op een WIA-uitkering.
Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Medische grondslag van het bestreden besluit
9. De rechtbank is van oordeel dat de verzekeringsarts B&B de medische belastbaarheid van eiseres op 1 november 2021 in het rapport op inhoudelijk overtuigende wijze en zonder tegenstrijdigheden heeft gemotiveerd. Hij stelt dat geen sprake is van een situatie van medische volledige arbeidsongeschiktheid (geen benutbare mogelijkheden). Er is namelijk geen sprake van ziekenhuisopname, ADL-afhankelijkheid en/of chronische bedlegerigheid. Ook kan niet gesteld worden dat eiseres disfunctioneert op micro-, meso- en macroniveau op grond van een ernstige psychische stoornis. Evenmin wordt voldaan aan de verzekeringsgeneeskundige criteria voor een situatie van sterk wisselende mogelijkheden.
10. De stelling van eiseres dat zij geen artrodese-schoen kan dragen vanwege een pijnlijke bult op haar enkel(s)/voet(en) kan de rechtbank niet volgen. Uit het rapport van de primaire verzekeringsarts volgt dat tijdens het lichamelijk onderzoek aan de enkels/voeten geen deformiteiten zijn waargenomen. De verzekeringsarts B&B heeft eiseres ook lichamelijk onderzocht en in de verslaglegging hiervan wordt ook niets opgemerkt over een bult/zwelling op haar enkel(s)/voet(en). Daarnaast volgt uit het rapport van de verzekeringsarts B&B dat hij kennis heeft genomen van de brief van de orthopeed van 14 januari 2020. De rechtbank ziet dan ook geen reden om aan te nemen dat de verzekeringsarts B&B de beperkingen wat betreft de enkel(s)/voet(en) van eiseres niet juist heeft ingeschat.
11. De rechtbank ziet verder ook geen aanleiding te twijfelen aan de medische belastbaarheid van eiseres zoals de verzekeringsarts B&B die heeft aangenomen. Eiseres onderbouwt haar standpunt, dat haar beperkingen (waaronder ten aanzien van het huidcontact en haar enkel(s)/voet(en)) zijn onderschat en dat zij volledig arbeidsongeschikt is, niet met medische informatie. De verwijzing naar het (met hulp opgestelde) dagverhaal acht de rechtbank onvoldoende, omdat in de verzekeringsgeneeskundige beoordeling niet uitsluitend kan worden afgegaan op hoe eiseres haar klachten zelf ervaart. In de systematiek van de arbeidsongeschiktheidsbeoordeling zijn niet de ervaren klachten of de diagnose doorslaggevend, maar de mate waarin beperkingen ten aanzien van het verrichten van arbeid als gevolg van die klachten objectief medisch kunnen worden onderbouwd. Zonder afbreuk te willen doen aan de door eiseres ervaren impact van haar klachten op het dagelijks leven, merkt de rechtbank op dat er geen medisch objectieve onderbouwing is voor verdergaande beperkingen op 1 november 2021.
12. De rechtbank vindt dan ook dat het UWV terecht heeft geoordeeld dat eiseres op 1 november 2021 in staat moet worden geacht arbeid te verrichten als daarbij rekening wordt gehouden met de beperkingen zoals vastgesteld in de FML van 20 september 2021.
Arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit
13. De primaire arbeidsdeskundige heeft op grond van de FML van 20 september 2021 vastgesteld dat eiseres niet geschikt is voor haar eigen werk als schoonmaakster, omdat deze functie haar belastbaarheid overschrijdt. De arbeidsdeskundige heeft vervolgens functies gezocht die eiseres in theorie nog wel kan uitvoeren. Dat heeft drie functies (en twee reservefuncties) opgeleverd.
Het gaat om:
- ( SBC-code 272043) Productiemedewerker textiel, geen kleding;
- ( SBC-code 111160) Textielproductenmaker (exclusief vervaardigen textiel);
- ( SBC-code 267071) Assemblagemedewerker besturingskasten en panelen.
En als reservefuncties: (SBC-code 111171) Productiemedewerker metaal en elektro-industrie en (SBC-code 315173) Telefonisch verkoper (outbound).
14. Eiseres voert aan dat zij de functies met SBC-codes 272043 en 111160 niet kan verrichten, omdat zij geen artrodese-schoen kan dragen in verband met de bult op haar enkel(s)/voet(en) en haar belastbaarheid wordt overschreden ten aanzien van knielen en hurken. Daarnaast is bij SBC-code 111160 volgens eiseres sprake van een overschrijding van de belastbaarheid bij dragen. In de functie met SBC-code 111171 moet eiseres een steile werktrap oplopen wat voor haar niet mogelijk is.
15. De primaire arbeidsdeskundige en de arbeidsdeskundige B&B hebben in hun rapporten en het Resultaat Functiebeoordeling voldoende uitgelegd waarom deze functies geschikt zijn voor eiseres. De arbeidsdeskundigen hebben de knelpunten beoordeeld en toegelicht waarom de functies geschikt zijn. In het rapport van 4 juli 2023 heeft de arbeidsdeskundige B&B nader toegelicht dat hij overleg heeft gehad met de verzekeringsarts B&B. De verzekeringsarts B&B heeft aangegeven dat hij eiseres in staat acht om twee werkuren, twee maal ongeveer één minuut achtereen acht kilogram te dragen (stapels stofdelen). Hij acht haar hiertoe in staat omdat het gaat om een incidentele draagbelasting met een marginale hogere belasting. Het komt dusdanig weinig voor dat eiseres hiertoe in staat is en voldoende recuperatietijd aanwezig is. Daarnaast is de arbeidsdeskundige B&B van mening dat deze stofdelen in twee etappes kunnen worden gedragen, waardoor de draagbelasting ongeveer vier kilogram is. Hierdoor vindt er geen overschrijding plaats op de belastbaarheid op het item dragen. Deze toelichtingen zijn voor de rechtbank begrijpelijk. De rechtbank merkt op dat de functie met SBC-code 111171 een reservefunctie is. Ter zitting heeft het UWV aangegeven dat in deze functie sprake is van traplopen, maar dat geen signalering in het CBBS naar voren is gekomen, waardoor wordt verondersteld dat het item traplopen in deze functie niet wordt overschreden. De rechtbank ziet geen reden om het UWV hierin niet te volgen. Uitgaande van de juistheid van de medische beperkingen die bij eiseres zijn vastgesteld, ook ten aanzien van de voet(en)/enkel(s) van eiseres, ziet de rechtbank in wat eiseres voor het overige heeft aangevoerd geen reden om de geschiktheid van de geduide functies in twijfel te trekken. De rechtbank vindt dan ook dat het UWV voldoende duidelijk heeft onderbouwd dat eiseres in staat is de functies te vervullen.
16. De arbeidsdeskundigen hebben berekend dat eiseres op 1 november 2021 met de middelste van de drie geduide functies (meer dan) 100% kan verdienen van het loon dat zij verdiende met haar eigen werk, zodat zij voor de overige 0% arbeidsongeschikt is.

Conclusie en gevolgen

17. Het UWV heeft terecht geweigerd om eiseres per 1 november 2021 een WIA-uitkering toe te kennen, omdat zij per die datum minder dan 35% arbeidsongeschikt is.
18. Het beroep van eiseres is ongegrond. Dit betekent dat zij geen gelijk krijgt. Omdat eiseres in beroep geen gelijk krijgt worden de door haar gemaakte proceskosten en het betaalde griffierecht niet vergoed.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan op 15 augustus 2023 door mr. A.M.L.E. Ides Peeters, rechter, in aanwezigheid van mr. E.H. Maas, griffier.
griffier
rechter
De uitspraak is verzonden op
en zal binnen een week na deze datum openbaar gemaakt worden door publicatie op rechtspraak.nl.

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.