Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] B.V., gevestigd in [vestigingsplaats] , eiseres
Inleiding
Wat ging aan deze procedure vooraf
Wat vindt het UWV
.
Rechtbank Oost-Brabant
Werknemer, voormalig bedrijfspiloot bij eiseres, heeft zich ziekgemeld en een WIA-uitkering aangevraagd. Het UWV heeft na medisch en arbeidskundig onderzoek vastgesteld dat werknemer voor 59,77% arbeidsongeschikt is en heeft een uitkering toegekend per 10 september 2021. Eiseres betwist deze beslissing en voert aan dat het UWV onvoldoende zorgvuldig heeft gehandeld en dat de mate van arbeidsongeschiktheid te hoog is vastgesteld, mede vanwege een arbeidsconflict dat situatieve arbeidsongeschiktheid zou veroorzaken.
De rechtbank oordeelt dat het UWV terecht heeft besloten tot toekenning van de uitkering. De verzekeringsarts bezwaar en beroep (B&B) heeft het dossier zorgvuldig bestudeerd, werknemer persoonlijk gesproken en de medische beperkingen duidelijk en overtuigend gemotiveerd. De rechtbank wijst het betoog van eiseres af dat het besluit niet voldoet aan het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel en dat de verzekeringsarts zichzelf tegenspreekt.
De rechtbank erkent dat situatieve arbeidsongeschiktheid geen rol speelt bij de vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid, maar wel bij de medische grondslag als oorzaak van ziekte. Het rapport van een door eiseres ingeschakelde verzekeringsarts is door de verzekeringsarts B&B inhoudelijk weerlegd. De arbeidskundige beoordeling van het UWV wordt eveneens niet betwist.
Geconcludeerd wordt dat het UWV terecht heeft vastgesteld dat werknemer per 10 september 2021 voor 59,77% arbeidsongeschikt is en een WIA-uitkering toegekend. Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en zij krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de toekenning van een WIA-uitkering van 59,77% arbeidsongeschiktheid wordt ongegrond verklaard.