Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 augustus 2023 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] eiser
de heffingsambtenaar van de gemeente Son en Breugel, de heffingsambtenaar
Inleiding
De feiten
Beoordeling door de rechtbank
.Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- stelt de waarde van de woning [adres] in [woonplaats] per waardepeildatum 1 januari 2020, voor het kalenderjaar 2021, vast op € 430.000 en vermindert de daarop gebaseerde aanslag OZB dienovereenkomstig;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats komt van het bestreden uitspraak op bezwaar;
- wijst het verzoek om schadevergoeding toe;
- veroordeelt de heffingsambtenaar tot het betalen van een vergoeding van immateriële schade aan eiser tot een bedrag van € 500;
- veroordeelt de heffingsambtenaar tot betaling van € 2.684,50 aan proceskosten aan eiser;
- bepaalt dat de heffingsambtenaar het griffierecht van € 49 aan eiser moet vergoeden.