ECLI:NL:RBOBR:2023:443
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen vastgestelde WOZ-waarde vrijstaande woning
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn vrijstaande woning, die door de heffingsambtenaar is vastgesteld op €511.000 per waardepeildatum 1 januari 2020. De heffingsambtenaar onderbouwde deze waarde met een waardematrix en drie vergelijkingsobjecten, waarbij correcties zijn toegepast voor verschillen in inhoud en grondoppervlakte.
Eiser betwistte vooral het gehanteerde indexeringspercentage van 0,0%, omdat hij een stijgende markt aanvoerde en in de bezwaarfase een ander percentage werd gebruikt. De heffingsambtenaar gaf aan dat vanwege het beperkte aantal verkooptransacties in de gemeente geen betrouwbaar indexeringspercentage kon worden vastgesteld, waardoor 0,0% werd gehanteerd.
De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar zijn bewijslast heeft voldaan en dat eiser onvoldoende toetsbare gegevens heeft aangeleverd om twijfel te zaaien over de juistheid van de vastgestelde waarde. De afwijking in indexeringspercentages tussen bezwaar- en beroepsfase leidt niet tot een procedureel gebrek. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €511.000 wordt ongegrond verklaard.