Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
Inleiding
Wat ging aan deze procedure vooraf
Wat vindt het UWV
.
Rechtbank Oost-Brabant
Eiser heeft een WIA-uitkering aangevraagd vanwege arbeidsongeschiktheid, waarbij het UWV een mate van 40,26% vaststelde. Eiser betwist deze beoordeling en stelt dat hij volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is, onderbouwd met medische informatie en psychische en lichamelijke klachten.
De rechtbank heeft de medische en arbeidskundige rapporten van het UWV beoordeeld, waarin de verzekeringsarts en arbeidsdeskundige de beperkingen van eiser hebben vastgesteld en toegelicht. De verzekeringsarts concludeerde dat eiser niet volledig arbeidsongeschikt is omdat hij niet voldoet aan de uitzonderingscategorieën van het Schattingsbesluit, en de arbeidsdeskundige vond drie geschikte functies binnen zijn belastbaarheid.
Eiser voerde aan dat de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) onjuist is en dat de geselecteerde functies niet passend zijn vanwege zijn klachten. De rechtbank volgde deze stellingen niet omdat de rapporten voldoende gemotiveerd waren en de medische informatie geen aanleiding gaf tot aanpassing van de FML.
De rechtbank concludeerde dat het UWV terecht heeft besloten de WIA-uitkering toe te kennen met een arbeidsongeschiktheid van 40,26%, en verklaarde het beroep van eiser ongegrond. Proceskosten en griffierecht worden niet vergoed.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het UWV-besluit tot toekenning van een WIA-uitkering met 40,26% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.