ECLI:NL:RBOBR:2023:462
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering subsidie op grond van Wet Bibob wegens ernstig gevaar strafbare feiten
Eiser verzocht Gedeputeerde Staten (GS) om subsidie voor een project, maar GS weigerden deze op basis van de Wet Bibob. Eerder was een subsidieaanvraag voor hetzelfde project door eisers zwager geweigerd vanwege een ernstig gevaar dat de subsidie zou worden gebruikt voor strafbare feiten. GS baseerden hun weigering mede op een zakelijk samenwerkingsverband tussen eiser en zijn zwager, ondersteund door Bibob-adviezen van juli en oktober 2021.
De rechtbank beoordeelde of GS zorgvuldig hadden gehandeld en concludeerde dat GS terecht van het Bibob-advies uitgingen en dat het standpunt over het zakelijk samenwerkingsverband en het gevaar voldoende was gemotiveerd. De rechtbank verwierp de stellingen van eiser dat het samenwerkingsverband was verbroken en dat het gevaar niet concreet was gemaakt.
Verder oordeelde de rechtbank dat de belangenafweging van GS, waarbij het algemeen belang bij het voorkomen van strafbare feiten zwaarder woog dan de persoonlijke belangen van eiser, niet onredelijk was. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van subsidie op grond van de Wet Bibob wordt ongegrond verklaard.