ECLI:NL:RBOBR:2023:4641
Rechtbank Oost-Brabant
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Bezwaar tegen herziening studiefinanciering buiten termijn niet-ontvankelijk verklaard
Eiseres maakte bezwaar tegen besluiten van de minister van Onderwijs waarin haar studiefinanciering werd herzien, teruggevorderd en een boete opgelegd. De bezwaartermijn was zes weken, maar het bezwaar werd ruim acht weken na de besluiten ingediend. De minister verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de termijn.
Eiseres voerde aan dat zij dacht tot eind december 2021 tijd te hebben en dat persoonlijke omstandigheden, waaronder het overlijden van haar oom en een hectische periode met werk en studie, haar belemmerden tijdig bezwaar te maken. De rechtbank oordeelde dat deze omstandigheden onvoldoende waren om het te late bezwaar te rechtvaardigen en dat eiseres geen aannemelijke reden gaf waarom zij dacht meer tijd te hebben.
De rechtbank besprak ook een recente conclusie over het tijdelijk ontbreken van doenvermogen als mogelijke grond voor ruimhartiger beoordeling van termijnen, maar vond dat eiseres dit niet had onderbouwd en bovendien niet op de zitting was verschenen om dit toe te lichten. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard omdat het bezwaar te laat is ingediend zonder geldige reden.