Eiser heeft zich in 2017 ziekgemeld en een WIA-uitkering aangevraagd. Na medisch en arbeidskundig onderzoek kende het UWV aanvankelijk een uitkering toe bij een arbeidsongeschiktheid van 35% tot 45%. In bezwaar wijzigde het UWV dit en beëindigde de uitkering per 27 december 2021, omdat de arbeidsongeschiktheid was vastgesteld op 26,76%.
Eiser betwistte de herbeoordeling en stelde dat het onderzoek onvolledig was, dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn klachten en dat hij nooit voor de genoemde ex-werkgever had gewerkt. De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, ook al was eiser niet persoonlijk onderzocht, en dat de verzekeringsarts alle klachten had meegewogen. De arbeidsdeskundige had de berekening van het arbeidsongeschiktheidspercentage gemotiveerd en de functies waaruit werd geciteerd waren passend.
De rechtbank concludeerde dat eiser op de peildatum in staat was arbeid te verrichten met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 26,76%, waardoor hij geen recht meer had op een WIA-uitkering. Het beroep werd ongegrond verklaard en de proceskosten werden niet vergoed.