Op 29 oktober 2022 vond in Eindhoven een schietincident plaats waarbij het slachtoffer meerdere keren werd geraakt en een incomplete dwarslaesie opliep. Verdachte en medeverdachte gingen na een conflict met een geladen pistool naar de woning van het slachtoffer. Verdachte schoot meerdere malen op het slachtoffer, die in kritieke toestand werd achtergelaten.
De officier van justitie vorderde vrijspraak voor medeplegen moord, maar stelde dat poging tot doodslag en wapenbezit bewezen zijn. De rechtbank volgde dit en verwierp het verweer van noodweer, noodweerexces en putatief noodweer, onder meer vanwege gebrek aan bewijs voor een wapen bij het slachtoffer en ongeloofwaardige verklaringen van de medeverdachte.
De rechtbank oordeelde dat sprake was van medeplegen door nauwe en bewuste samenwerking, waarbij het pistool essentieel was. Verdachte handelde met vol opzet op de dood van het slachtoffer. De straf werd vastgesteld op 9 jaar gevangenisstraf met aftrek van voorarrest.
De benadeelde partij kreeg gedeeltelijk schadevergoeding toegewezen van €207.566,99, bestaande uit materiële en immateriële schade, met wettelijke rente. De rechtbank legde hoofdelijkheid op tussen verdachte en medeverdachte voor deze schadevergoeding.
De uitspraak werd gedaan door de rechtbank Oost-Brabant op 25 september 2023, waarbij verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van poging tot doodslag en wapenbezit, en vrijgesproken van poging tot moord.