Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte] ,
De tenlastelegging.
De formele voorvragen.
Vrijspraak - feit 1.
Bewijswaardering – feit 2.
De bewijsmiddelen
Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs
Rechtbank Oost-Brabant
Op 7 december 2021 werd het slachtoffer in Eindhoven neergeschoten en raakte gewond door twee kogels. Verdachte werd ervan verdacht de schutter te zijn, mede gezien een langlopend familieconflict en telefonische contacten die wijzen op een confrontatie. Echter, wisselende en onbetrouwbare verklaringen van het slachtoffer en getuige maakten het onmogelijk om verdachte als dader aan te wijzen. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van poging doodslag en zware mishandeling.
Op 8 december 2021 werd in de woning van verdachte een elektrisch stroomstootwapen (taser) aangetroffen, een verboden wapen van categorie II onder 5° Wet wapens en munitie. Verdachte erkende het bezit en had beschikkingsmacht over het wapen. De rechtbank achtte het bezit wettig en overtuigend bewezen en veroordeelde verdachte tot een geldboete van €550, subsidiair 11 dagen hechtenis.
De rechtbank wees de vordering van het slachtoffer tot schadevergoeding af wegens vrijspraak van het geweldsfeit. Proceskosten werden gecompenseerd, ieder draagt eigen kosten. Het stroomstootwapen werd onttrokken aan het verkeer. De straf is passend geacht gezien de ernst van het bezit van een dergelijk wapen en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van poging doodslag en zware mishandeling, maar veroordeeld tot een geldboete van €550 voor het bezit van een elektrisch stroomstootwapen.