ECLI:NL:RBOBR:2023:4876
Rechtbank Oost-Brabant
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Verwijzing zaak over ontslag statutair bestuurder stichting naar handelskamer rechtbank
De zaak betreft een geschil tussen [verzoeker], statutair bestuurder van een stichting, en de stichting zelf over het ontslag op staande voet van [verzoeker]. [verzoeker] betwist de rechtsgeldigheid van het ontslag en vordert diverse betalingen. De stichting voert verweer en stelt dat het ontslag op goede gronden en onverwijld is gegeven vanwege ernstig verwijtbaar handelen.
De stichting heeft een exceptie van onbevoegdheid ingediend, stellende dat geschillen tussen een stichting en haar statutair bestuurder niet door de kantonrechter maar door de handelskamer van de rechtbank dienen te worden behandeld. De kantonrechter onderzoekt of [verzoeker] statutair bestuurder was, waarbij wordt vastgesteld dat hij inderdaad statutair bestuurder was, zoals blijkt uit zijn benoeming door de Raad van Toezicht, inschrijving in het handelsregister en het UBO-register, en zijn rol binnen de organisatie.
Op grond van artikel 2:131 BW Pro en de Wet bestuur en toezicht rechtspersonen is de handelskamer van de rechtbank bevoegd om van dergelijke geschillen kennis te nemen. De kantonrechter concludeert dat hij niet bevoegd is en verwijst de zaak naar de handelskamer van de rechtbank. Partijen worden gewezen op het verhoogde griffierecht na verwijzing.
Uitkomst: De kantonrechter is onbevoegd en verwijst de zaak naar de handelskamer van de rechtbank.