ECLI:NL:RBOBR:2023:4944
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewet-uitkering na WIA-beoordeling niet onrechtmatig
Eiser ontving sinds mei 2019 een Ziektewet-uitkering die het UWV per 17 januari 2021 beëindigde na een WIA-beoordeling. Eiser betwistte dit besluit en voerde aan dat het UWV onzorgvuldig handelde, onder meer door onvoldoende medische informatie op te vragen en beperkingen onjuist in te schatten.
De rechtbank stelde vast dat het UWV bevoegd was de uitkering te beëindigen en dat de medische beoordelingen zorgvuldig waren uitgevoerd, inclusief dossierstudie, spreekuuronderzoek en overleg met de huisarts. De verzekeringsarts had geen verplichting tot het opvragen van informatie uit Turkije, aangezien Nederlandse artsen de diagnoses niet bevestigden.
De arbeidskundige beoordeling was eveneens deugdelijk, waarbij de geselecteerde functies passend werden geacht en de taalvaardigheid van eiser voldoende was. De berekening van het maatmanloon en de maatmanomvang was correct gemotiveerd.
De rechtbank concludeerde dat eiser onvoldoende medische onderbouwing leverde voor meer beperkingen en dat het UWV terecht oordeelde dat eiser meer dan 65% van zijn oude loon kan verdienen. Het beroep werd ongegrond verklaard en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de beëindiging van de Ziektewet-uitkering.