In deze civiele zaak vorderden eisers schadevergoeding wegens beschadiging van varkensvlees tijdens vervoer. De rechtbank stelde vast dat het vallen van het vlees werd veroorzaakt door een verkeerde stuwing door de eiser, wat mede heeft geleid tot contaminatie met vliegen en maden. De vervoerder, die aansprakelijkheid ontkende, slaagde er niet in tegenbewijs te leveren dat de stuwing correct was uitgevoerd.
De rechtbank overwoog dat beide schadeoorzaken, het vallen van het vlees door verkeerde stuwing en de contaminatie door vliegen en maden, in gelijke mate aan de schade hebben bijgedragen. Hierdoor werd de aansprakelijkheid van de vervoerder beperkt tot de helft van de totale schadevergoeding.
Verder werden de vorderingen voor expertisekosten en buitengerechtelijke incassokosten toegewezen, evenals de CMR-rente over het toegewezen bedrag. De kosten van de procedure werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.