Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOBR:2023:5103

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
19 september 2023
Publicatiedatum
24 oktober 2023
Zaaknummer
C/01/395069 / JE RK 23-988
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 260 BWArt. 265c BWArt. 29a lid 5 RvArt. 3 IVRK
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing minderjarige ondanks wraking

De ouders zijn gezamenlijk belast met het gezag over de minderjarige. Eerder waren ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing verleend en verlengd tot 29 september 2023. De moeder heeft de minderjarige zonder bekende bestemming meegenomen naar het buitenland, waardoor geen contact meer is met de gecertificeerde instelling (GI).

De GI verzoekt verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing voor een jaar. Tijdens de mondelinge behandeling werd een wrakingsverzoek tegen de kinderrechter gedaan, maar ondanks de schorsende werking daarvan werd een deelbeslissing genomen.

De kinderrechter besluit de maatregelen met één maand te verlengen en houdt verdere beslissingen aan, omdat het belang van het kind voorop staat en er ernstige ontwikkelingsbedreigingen zijn die niet met vrijwillige hulpverlening kunnen worden afgewend. De verblijfplaats van de minderjarige is onbekend, wat de zorgen over veiligheid en ontwikkeling vergroot.

De zaak wordt voortgezet op een nader te bepalen datum. Het hoger beroep kan binnen drie maanden worden ingesteld via de griffie van het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.

Uitkomst: De ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige worden verlengd tot 29 oktober 2023.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer: C/01/395069 / JE RK 23-988
Datum uitspraak: 19 september 2023
Beschikking verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de
STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT, statutair gevestigd te Eindhoven, vestiging Helmond, hierna te noemen: de Gecertificeerde Instelling (GI),
betreffende

[naam minderjarige] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[voornamen en achternaam moeder]

zonder bekende woon- of verblijfplaats,
hierna te noemen: de moeder,
gemachtigde: [gemachtigde] ,

[voornaam en achternaam vader] ,

zonder bekende woon- of verblijfplaats,
hierna te noemen: de vader.

Het procesverloop

Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • het verzoek met bijlagen van de GI van 12 juli 2023, ingekomen bij de griffie op 14 juli 2023;
  • diverse e-mailberichten van [gemachtigde] , ingekomen bij de griffie tussen 4 september en 19 september 2023.
Op 19 september 2023 heeft de kinderrechter het verzoek tijdens de mondelinge behandeling met gesloten deuren behandeld. Daarbij waren aanwezig:
  • [gemachtigde] ;
  • twee medewerkers, namens de GI.
[minderjarige] , de moeder en de vader zijn, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft [gemachtigde] de rechter gewraakt. De kinderrechter heeft vervolgens, ondanks de schorsende werking van het wrakingsverzoek, mondeling een deelbeslissing genomen op grond van artikel 29a, lid 5 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). Hierop wordt onder het kopje de beoordeling nader ingegaan.

De feiten

De ouders zijn gezamenlijk belast met het gezag over [minderjarige] .
Bij beschikking van 29 september 2022 is [minderjarige] onder toezicht gesteld voor de duur van een jaar, dus tot 29 september 2023.
Bij beschikking van 11 oktober 2022 heeft de kinderrechter een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verleend. Die machtiging tot uithuisplaatsing is daarna steeds verlengd, voor het laatst tot 29 september 2023.
[minderjarige] verbleef op basis van voornoemde machtiging tot uithuisplaatsing bij [naam instelling] in [vestigingsplaats instelling] . Daarvoor woonde [minderjarige] bij de moeder en diens partner.
Op [datum] heeft de moeder [minderjarige] meegenomen vanuit [naam instelling] . Sindsdien is er geen enkel contact tussen de GI en de moeder en [minderjarige] .

Het verzoek

De GI verzoekt de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen, beiden voor de duur van één jaar.

De beoordeling

De kinderrechter ziet, ondanks de schorsende werking van een wrakingsverzoek, aanleiding om de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] te verlengen voor de duur van één maand en iedere verdere beslissing aan te houden. Daartoe overweegt de kinderrechter als volgt.
De maatregelen expireren op 29 september 2023. De datum waarop het door de heer [gemachtigde] gedane wrakingsverzoek wordt behandeld is op dit moment nog niet bekend. De mogelijkheid bestaat dat de maatregelen expireren voordat op het wrakingsverzoek is beslist en de verdere behandeling van het verzoek van de GI heeft plaatsgevonden. Het belang van [minderjarige] vraagt echter om voortzetting van beide maatregelen. Er is namelijk nog steeds sprake van ernstige ontwikkelingsbedreigingen bij [minderjarige] die niet met vrijwillige hulpverlening kunnen worden afgewend. De moeder heeft [minderjarige] in [maand en jaar] uit de instelling waar zij tot dan toe verbleef, opgehaald en is, met [minderjarige] en haar stiefvader, zonder bestemming uit Nederland vertrokken. De GI is niet op de hoogte van de huidige verblijfplaats van [minderjarige] en heeft grote zorgen over haar veiligheid en ontwikkeling.
Daarnaast is het in het belang van de verzorging en opvoeding van [minderjarige] noodzakelijk dat zij bij en jeugdhulpaanbieder geplaatst blijft, waar zij begeleid en zo nodig behandeld kan worden door deskundigen. De kinderrechter is dan ook van oordeel dat de beslissing op het wrakingsverzoek niet kan worden afgewacht en beroept zich daarbij ook op artikel 3 van Pro het IVRK, wat bepaalt dat het belang van het kind voorop staat bij iedere beslissing.

De beslissing

De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] met ingang van 29 september 2023 tot 29 oktober 2023;
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 29 september 2023 tot 29 oktober 2023;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
houdt iedere verdere beslissing aan en bepaalt dat de mondelinge behandeling van de zaak zal worden voortgezet op een nader te bepalen datum en tijdstip, waarvoor de GI en de belanghebbenden een oproep zullen ontvangen.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 19 september 2023 door mr. V.M. Smits, kinderrechter, in tegenwoordigheid van de griffier en schriftelijk vastgelegd op 27 september 2023.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.
conc: MvdS