Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De beschuldigingen in de tenlastelegging
3.De formele voorvragen
4.Beslissingen over het bewijs
[verdachte]één van de organisatoren. Hij is vanaf het begin, dus vanaf 30 maart 2020, bij het zoeken naar een productielocatie en de planning van het laboratorium in [plaats 1] betrokken geweest. Hij bracht koks in en regelde chemicaliën. [verdachte] was één van de investeerders van dit laboratorium. Voorts was [verdachte] betrokken bij het bedenken van plannen om met de groep op andere wijze geld te verdienen met synthetische drugs. [verdachte] was ook organisator van de bezigheden in Hattem, betrokken bij voorbereidingshandelingen in [plaats 4] en had synthetische drugs in [plaats 5] aanwezig.
[medeverdachte 1]onvoldoende bewezen binnen deze organisatie en zal [verdachte] dan ook vrijspreken van de samenwerking binnen de organisatie met [medeverdachte 1] .
5.De bewezenverklaring
in de periode van 15 april 2020 tot en met 06 augustus 2020 te [plaats 1] en/of elders in Nederland tezamen en in vereniging met anderen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden en/of bewerken en/of verwerken en/of verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren en/of vervaardigen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van (grote) hoeveelheden metamfetamine, zijnde metamfetamine een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/of te bevorderen,
en opgeslagen en voorhanden gehad:
grote hoeveelheden chemicaliën, waaronder APAA en BMK-glycidaat en methanol en formamide en caustic soda en wijnsteenzuur en methylamine en zoutzuur en aceton en zwavelzuur, zijnde stoffen geschikt/benodigd voor de omzetting in benzylmethylketon (BMK) en/of de bereiding en/of bewerking en/of verwerking en/of vervaardiging van metamfetamine, en
in de periode van 19 november 2020 tot en met 16 februari 2021 te Hattem en/of elders in Nederland tezamen en in vereniging met anderen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, te weten het opzettelijk afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren en/of binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van een of meer middelen vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/of te bevorderen,
en een verborgen ruimte in deze koeltrailer gemaakt/laten maken en
installeren en
afspraken gemaakt;
ten behoeve van de productie van synthetische drugs voorhanden gehad;
op 16 februari 2021 te [plaats 4] , gemeente Stede Broec, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk aanwezig heeft gehad een hoeveelheid metamfetamine en een hoeveelheid MDMA, zijnde middelen vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I;
in de periode van 30 maart 2020 tot en met 16 februari 2021 in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten (onder andere) [medeverdachte 5] en [medeverdachte 6] en [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] en [medeverdachte 3] en [medeverdachte 8] en [medeverdachte 7] , welke organisatie tot oogmerk had het plegen van een of meer misdrijven als bedoeld in artikel 10 derde Pro, vierde, vijfde lid, 10a eerste lid, van de Opiumwet.
6.De strafbaarheid van het feit.
7.De strafbaarheid van verdachte.
8.Motivering van de straf
- een gevangenisstraf voor de duur van 10 jaren met aftrek overeenkomstig artikel 27 van Pro het Wetboek van Strafrecht;
- een geldboete van € 40.000,-- subsidiair 235 dagen hechtenis.
medewerkers’ die waren opgepakt financieel te kunnen bijstaan. Er waren ook al vergaande voorbereidingen getroffen om drugs te vervoeren via een koeltrailer waarin een verborgen ruimte was aangebracht. Het is enkel te danken aan het ingrijpen van de politie dat de koeltrailer nog niet voor voornoemd doel in gebruik is genomen.
9.Beslag
vermoedelijkeen cryptotelefoon betreft. Waar dit vermoeden op is gebaseerd, is niet duidelijk geworden en – nu de verdachte heeft verklaard dat deze telefoon van zijn dochter was – staat dit naar het oordeel van de rechtbank daarom niet vast. Om die reden ziet de rechtbank geen grondslag om deze telefoon aan het verkeer te onttrekken, zoals door het Openbaar Ministerie is gevorderd. De rechtbank zal de teruggave van deze telefoon aan de rechthebbende gelasten, nu naar het oordeel van de rechtbank het belang van strafvordering zich niet meer verzet tegen teruggave.
10.Toepasselijke wetsartikelen.
10 van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen, vervoermiddelen
gevangenisstrafvoor de duur van
8 jaar, met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek Pro van Strafrecht;
geldboetevan
€ 40.000,00subsidiair 235 dagen hechtenis;
verbeurdverklaringvan de in beslag genomen personenauto [kenteken] , HONDA Insight, kleur zwart (IBN-code/voorwerpnummer: PR124.04.01.001/LERCF19010_644865).
teruggaveaan de rechthebbende van de Telefoon Apple, kleur wit/roze (IBN-code/voorwerpnummer: PR124.01.01.001/LERCF19010_644857).