ECLI:NL:RBOBR:2023:5183
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor opzettelijk bereiden en in voorraad hebben van ketamine zonder registratie
Op 1 april 2021 werd in een woning op een perceel te Aalsmeer circa 11 kilo ketamine aangetroffen, samen met een in werking zijnde productieruimte voor het kristalliseren van ketamine. Verdachte werd beschuldigd van het opzettelijk zonder registratie bereiden en in voorraad hebben van ketamine in vereniging met anderen.
De rechtbank stelde vast dat verdachte wetenschap had van de aanwezigheid van ketamine en dat het zich in zijn machtssfeer bevond, mede gelet op DNA-sporen op voorwerpen in de woning en het gebruik van zijn auto bij de locatie. De verdediging voerde aan dat verdachte niet wist van de productie, maar dit werd door de rechtbank verworpen.
De rechtbank achtte het bewezen dat verdachte ketamine heeft bereid en in voorraad heeft gehad zonder registratie, in samenhang met medeverdachten. De strafbaarheid werd bevestigd, waarbij rekening werd gehouden met het lagere strafmaximum van de Geneesmiddelenwet ten opzichte van de Opiumwet.
De officier van justitie eiste 24 maanden gevangenisstraf en een geldboete, maar de rechtbank legde een gevangenisstraf van 19 maanden op, met matiging wegens overschrijding van de redelijke termijn. Een geldboete werd niet opgelegd vanwege onvoldoende aanwijzingen van financieel voordeel. De straf weerspiegelt de ernst van het feit en de rol van verdachte.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 19 maanden gevangenisstraf voor het opzettelijk zonder registratie bereiden en in voorraad hebben van ketamine.