ECLI:NL:RBOBR:2023:5278
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Nietigheid dagvaarding en opheffing bevel voorlopige hechtenis wegens niet-uitreiking dagvaarding
De rechtbank Oost-Brabant behandelde op 2 november 2023 een zaak tegen een verdachte die werd verdacht van diefstal en vernieling van een snoepautomaat in Uden. De dagvaarding was op 25 september 2023 uitgebracht, maar de verdachte weigerde deze in ontvangst te nemen. De rechtbank stelde vast dat weigering van ontvangst niet gelijkstaat aan het niet willen tekenen voor ontvangst, waardoor de dagvaarding niet rechtsgeldig was betekend.
Omdat de dagvaarding niet rechtsgeldig was betekend, verklaarde de rechtbank deze nietig. Verdachte verbleef sinds 1 augustus 2023 in voorlopige hechtenis op basis van een bevel dat verband hield met de tenlastelegging. De rechtbank oordeelde dat, nu de dagvaarding nietig was, geen vrijheidsstraf of maatregel aan verdachte kon worden opgelegd voor het feit waarvoor de voorlopige hechtenis was bevolen.
Op grond van artikel 72 lid 3 Sv Pro werd het bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven, aangezien de uitzondering voor misdrijven met een strafbedreiging van acht jaar of meer niet van toepassing was. De rechtbank besloot daarom het bevel tot voorlopige hechtenis te beëindigen en de dagvaarding nietig te verklaren.
Uitkomst: De dagvaarding is nietig verklaard en het bevel tot voorlopige hechtenis is opgeheven.