ECLI:NL:RBOBR:2023:5309
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde vrijstaande woning met correctiefactoren en vergelijkingsobjecten
Eiser betwist de vastgestelde WOZ-waarde van zijn vrijstaande woning per 1 januari 2021, die door de heffingsambtenaar is vastgesteld op €524.000. Eiser stelt een lagere waarde van €489.000 voor en voert aan dat onvoldoende rekening is gehouden met verschillen tussen zijn woning en de vergelijkingsobjecten, zoals ouderdom van voorzieningen, ligging en onderhoudsstaat.
De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat de gehanteerde vergelijkingsobjecten voldoende vergelijkbaar zijn en dat de toegepaste correctiefactoren begrijpelijk en onderbouwd zijn. De rechtbank benadrukt dat correctiefactoren een taxatietechnische waardering betreffen en niet op absolute juistheid kunnen worden beoordeeld, maar wel op begrijpelijkheid en onderbouwing.
De rechtbank volgt de toelichting van de taxateur over de waardering van voorzieningen, ligging en onderhoudsstaat, en acht de verschillen binnen een redelijke bandbreedte. Eiser heeft geen toetsbare gegevens aangeleverd die twijfel zaaien over de vastgestelde waarde. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard, met als gevolg dat eiser geen griffierecht of proceskosten vergoed krijgt.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €524.000 wordt ongegrond verklaard.