Eiser had een WIA-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheidspercentage van 39,31%. Na een herbeoordeling door het UWV werd dit percentage vastgesteld op 43,33%, wat leidde tot een wijziging van de uitkering. Eiser maakte bezwaar en stelde dat zijn gezondheid was verslechterd, met name door een toename van epileptische aanvallen sinds hij als verkoopmedewerker werkte. Hij voerde aan dat een urenbeperking van 4 uur per dag noodzakelijk was en dat de functies die het UWV passend achtte niet haalbaar waren.
De rechtbank benoemde twee deskundigen: een neuroloog en een verzekeringsarts. De neuroloog concludeerde dat eiser last heeft van moeilijk behandelbare focale epilepsie met frequente aanvallen, wat leidt tot beperkingen in het sociaal functioneren en de arbeidsrol. De verzekeringsarts bevestigde deze bevindingen en stelde dat een urenbeperking van maximaal 4 uur per dag en 20 uur per week verdedigbaar is.
De rechtbank volgde de deskundigenrapporten en oordeelde dat het UWV het bestreden besluit moest vernietigen en een nieuwe beslissing op bezwaar moest nemen, waarbij de urenbeperking in acht wordt genomen. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht.