ECLI:NL:RBOBR:2023:5485
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op kwijtschelding studieschuld op grond van hardheidsclausule
Eiseres maakte bezwaar tegen de vastgestelde studieschuld van €991,50 over de periode juli 2020 tot mei 2021, omdat zij vanwege ziekte haar mbo-opleiding moest staken en haar moeder niet tijdig de ov-kaart stopzette. Zij verzocht kwijtschelding op basis van de hardheidsclausule in de Wet studiefinanciering 2000.
De minister wees het bezwaar af, stellende dat de wettelijke regels gevolgd zijn en de situatie van eiseres onvoldoende aanleiding geeft tot kwijtschelding. De rechtbank behandelde het beroep en concludeerde dat de minister het beroep op de hardheidsclausule in redelijkheid kon afwijzen. De rechtbank nam mee dat eiseres nog ruim zeven jaar heeft om haar mbo-diploma te behalen en dat zij mogelijkheden heeft om de terugbetaling uit te stellen of om te zetten in een gift bij duurzame arbeidsongeschiktheid.
Ook het beperkte gebruik van de ov-kaart kon niet worden vastgesteld, waardoor onvoldoende grond bestaat voor kwijtschelding. De persoonlijke omstandigheden van eiseres zijn wel erkend, maar niet bijzonder genoeg om af te wijken van de wet. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep op kwijtschelding van de studieschuld wordt ongegrond verklaard en de minister mag het verzoek afwijzen.