Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
Inleiding
Wat ging aan deze procedure vooraf
Wat vindt het UWV
Wat vindt eiser
Wat vindt de rechtbank
1 december 2021.
Rechtbank Oost-Brabant
Eiser was werkzaam als medewerker inkomende goederen en ontving sinds 2016 een WGA-uitkering vanwege arbeidsongeschiktheid van 40,19%. Na een herbeoordeling op verzoek van zijn ex-werkgever concludeerde het UWV dat eiser per 1 december 2021 minder dan 35% arbeidsongeschikt was, waardoor de WIA-uitkering werd beëindigd. Eiser stelde meer beperkingen te hebben en betwistte het medisch oordeel, onderbouwd met medische stukken van huisarts en specialisten.
De rechtbank oordeelt dat het medisch onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd door de verzekeringsarts, die de klachten en medische informatie heeft meegewogen en geen aanleiding zag voor nader specialistisch onderzoek. De ervaren klachten van eiser worden niet ondersteund door objectieve medische gegevens die beperkingen op 1 december 2021 rechtvaardigen.
De arbeidsdeskundige heeft op basis van de Functionele Mogelijkhedenlijst drie passende functies gevonden die eiser kan vervullen, rekening houdend met zijn beperkingen en allergieën. De rechtbank vindt dat het UWV voldoende heeft onderbouwd dat eiser arbeid kan verrichten en dat de mate van arbeidsongeschiktheid 29,91% bedraagt.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, waarmee de beëindiging van de WIA-uitkering per 1 december 2021 standhoudt. Proceskosten worden niet vergoed omdat eiser in het beroep niet in het gelijk is gesteld.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de beëindiging van zijn WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid wordt ongegrond verklaard.