ECLI:NL:RBOBR:2023:5861
Rechtbank Oost-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening WW-uitkering wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoeker heeft bij het UWV een WW-uitkering aangevraagd die op 20 september 2023 werd geweigerd. Tegen dit besluit maakte hij bezwaar en verzocht hij de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen tijdens de bezwaarprocedure. De voorzieningenrechter vroeg verzoeker om het spoedeisend belang nader te onderbouwen.
Verzoeker stelde dat hij sinds 1 augustus 2023 geen inkomen meer heeft, zijn vaste lasten ruim €1.700 per maand bedragen en hij dringend een WW-uitkering nodig heeft om financiële problemen te voorkomen. Hij heeft geen bijstandsuitkering aangevraagd omdat hij actief op zoek is naar werk, moeite heeft met de taal en verwachtte een WW-uitkering te ontvangen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoeker onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van een acute financiële noodsituatie of een onomkeerbare situatie zoals een huisuitzetting. Ook is het ontbreken van een bijstandsaanvraag niet doorslaggevend, omdat bijstand een algemene inkomensvoorziening is. Het besluit van het UWV is niet evident onrechtmatig. Daarom is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en moet verzoeker de bezwaarprocedure afwachten.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang en het besluit is niet evident onrechtmatig.