ECLI:NL:RBOBR:2023:5937

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
20 december 2023
Publicatiedatum
20 december 2023
Zaaknummer
SHE 23/3451
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Tussenuitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2.1 WaboArt. 8:81 AwbArt. 8:83 AwbArt. 8:87 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige schorsing omgevingsvergunning tijdelijke opvang asielzoekers in hotel Van der Valk Uden

De voorzieningenrechter van Rechtbank Oost-Brabant heeft op 20 december 2023 besloten om de omgevingsvergunning van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Maashorst te schorsen. Deze vergunning betrof het tijdelijk opvangen van 300 asielzoekers in hotel Van der Valk aan de Rondweg 2 in Uden. Hoewel de noodzaak voor opvang van asielzoekers wordt erkend, vindt de voorzieningenrechter dat omwonenden eerst hun bezwaren moeten kunnen indienen, wat tot op heden niet mogelijk was.

Eerder had de voorzieningenrechter in een kort geding op 8 december 2023 al een huisvestingsverbod opgelegd totdat een bezwaar- en beroepsmogelijkheid was geboden. Het hof bevestigde dit verbod totdat het college een bezwaarvatbaar besluit nam. Met het verlenen van de omgevingsvergunning is dit bezwaarvatbare besluit er, waardoor het COA gebruik kan maken van de vergunning. Echter, het college en COA hebben direct gebruik gemaakt van de vergunning, waardoor omwonenden en de voorzieningenrechter voor een voldongen feit zijn gesteld zonder bestuursrechtelijke rechtsbescherming.

De voorzieningenrechter weegt de belangen af en concludeert dat de schorsing noodzakelijk is om omwonenden de kans te geven hun bezwaren naar voren te brengen. De zaak zal op korte termijn inhoudelijk worden behandeld, waarbij de bezwaren van omwonenden worden besproken. Partijen worden opgeroepen voor een zitting om te beoordelen of de voorlopige voorziening gehandhaafd blijft of wordt opgeheven.

Uitkomst: De voorzieningenrechter schorst de omgevingsvergunning voor tijdelijke opvang van asielzoekers in hotel Van der Valk te Uden.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: SHE 23/3451

uitspraak van de voorzieningenrechter van 20 december 2023 in de zaak tussen

[verzoekers] , uit [woonplaats] , verzoekers

(gemachtigde: mr. D.I.J. Snijders),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Maashorst, het college
(gemachtigde: mr. D.S.P. Roelands-Fransen).
Als derde-partij neemt aan de zaak deel: Centraal orgaan opvang asielzoekers uit Den Haag (vergunninghoudster)
(gemachtigde: mr. D.S.P. Roelands-Fransen).

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekster tegen de omgevingsvergunning van het college van
19 december 2023 voor het tijdelijk opvangen van 300 asielzoekers in hotel Van der Valk aan de Rondweg 2 in Uden (de omgevingsvergunning). Het betreft een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a en c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).
1.1.
Verzoekers hebben tegen het bestreden besluit op 20 december 2023 bezwaar gemaakt bij het college. Zij hebben de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
1.2.
De voorzieningenrechter schorst het besluit van 19 december 2023.
De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Ingevolge artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan, indien tegen een besluit bezwaar is gemaakt, de voorzieningenrechter van de bestuursrechter die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
3. Ingevolge artikel 8:83, vierde lid, van de Awb is bepaald - zakelijk weergegeven - dat de voorzieningenrechter zonder zitting uitspraak kan doen indien onverwijlde spoed dat vereist en partijen daardoor niet in hun belangen worden geschaad.
4. De voorzieningenrechter is door verzoekers verzocht een voorlopige voorziening te treffen en om het bestreden besluit te schorsen.
5. Het bestreden besluit strekt tot het tijdelijk, tot en met 30 september 2026, opvangen van 300 asielzoekers in hotel Van der Valk aan de Rondweg 2 in Uden. Uit het procesdossier blijkt dat de eerste 98 asielzoekers op 20 december 2023 aan het begin van de middag aankomen bij het hotel.
6. Over deze zaak heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank in een kort geding op 8 december 2023 een uitspraak gedaan, waarbij hij heeft verboden dat de asielzoekers al mogen worden gehuisvest in het hotel, tot twee weken nadat de beslissing over het verlenen van de door het COA aangevraagde omgevingsvergunning bekend is gemaakt en, indien binnen die twee weken bezwaar is gemaakt tegen dit besluit en binnen diezelfde termijn een verzoek om een voorlopige voorziening is ingediend bij de rechtbank (bestuursrechter), totdat de bestuursrechter heeft beslist op het ingediende verzoek om een voorlopige voorziening. Hiermee heeft hij rechtsbescherming willen bieden aan omwonenden, die dat bij gebreke van een appellabel besluit immers op dat moment niet konden vinden bij de bestuursrechter. In hoger beroep heeft het Hof de opvang verboden tot het moment dat hiervoor een voor bezwaar vatbaar besluit door het college was genomen.
7. Met de omgevingsvergunning is dat voor bezwaar vatbaar besluit er, en kan COA gebruik maken van haar vergunning door asielzoekers te huisvesten in het hotel.
8. De rechtbank begrijpt dat de nood hoog is om asielzoekers op te vangen, en dat het belang van de asielzoekers om te worden gehuisvest groot is, maar vindt ook dat omwonenden hun bezwaren naar voren moeten kunnen brengen. Die gelegenheid hebben zij tot nu toe niet gehad, ook niet tijdens de voorbereiding van de vergunning. Het college en COA hadden juist na de eerdere oordelen van de rechtbank en het Hof er rekening mee moeten houden dat omwonenden bezwaar zouden maken en met de mogelijkheid dat de omgevingsvergunning alsnog door de bestuursrechter wordt geschorst. Door meteen van de vergunning gebruik te maken hebben zij verzoekers en de voorzieningenrechter voor het blok gezet, omdat tot op heden nog geen bestuursrechtelijke rechtsbescherming kan worden geboden. Hiermee hebben zij ook de mogelijkheid op de koop toegenomen dat de asielzoekers niet kunnen worden gehuisvest in het hotel, en dus zij alsnog elders moeten worden ondergebracht. Wel ziet de voorzieningenrechter ook in dat de huisvesting van asielzoekers urgent is. Daarom zal de inhoudelijke behandeling van de zaak vrijdag aanstaande plaatsvinden. Dan zal de voorzieningenrechter inhoudelijk op de bezwaren van omwonenden ingaan.
9. Alle belangen afwegende, ziet de voorzieningenrechter daarom aanleiding de verleende omgevingsvergunning bij wijze van spoedmaatregel te schorsen. Bij het treffen van deze voorlopige voorziening neemt de voorzieningenrechter in aanmerking dat partijen, zoals hiervoor overwogen, zullen worden uitgenodigd om op 22 december 2023 ter zitting te verschijnen om te beoordelen of met toepassing artikel 8:87, eerste lid, van de Awb de voorlopige voorziening wordt opgeheven of gewijzigd. Over het tijdstip van deze zitting ontvangen partijen nader bericht.
10. De voorzieningenrechter zal bepalen dat deze voorlopige voorziening vervalt indien voor genoemde zitting het verzoek om voorlopige voorziening rechtsgeldig wordt ingetrokken.

Beslissing

De voorzieningenrechter:
  • schorst de omgevingsvergunning van 19 december 2023;
  • bepaalt dat partijen worden opgeroepen om op een nader te bepalen datum en tijdstip ter zitting te verschijnen om te beoordelen of toepassing moet worden gegeven aan
artikel 8:87, eerste lid, van de Awb;
- bepaalt dat, indien het verzoek om voorlopige voorziening rechtsgeldig wordt ingetrokken voor genoemde zitting, deze voorlopige voorziening vervalt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.A.W. Huijben, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.J.A.B. Elsman, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op
20 december 2023.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.